Preek van de week

Preek weekend 8-9 januari,
Doop van de Heer.

Lezing uit de profeet Jesaja. Jes. 42, 1-4.6-7
Lezing uit de Handelingen der Apostelen Hand. 10, 34-38
Lezing uit het heilig Evangelie volgens Lucas. Lc. 3, 15-16.21-22

 Broeders en zusters in Christus,

Vandaag viert de kerk het feest van de Doop van de Heer. We maken een sprong in de tijd. Vorige week vierden we de aanbidding der wijzen, toen was Jezus nog een baby, nu staan wij in het evangelie dertig jaar later. Met zijn doopsel begint Jezus zijn openbaar optreden. We sluiten op deze dag de kersttijd af, en het is tegelijkertijd de springplank naar zijn openbaar optreden. In het evangelie op de zondagen door het jaar horen we Jezus Zichzelf steeds verder openbaren, dat Hij de Zoon van God is en dus: wie en hoe God werkelijk is.

Jezus wordt door Johannes gedoopt. Johannes predikte een doopsel van bekering en diende een doopsel toe tot reiniging van zonden. Maar: als eerste, Jezus hoeft Zich niet te bekeren. En als tweede: Jezus is in alles aan ons gelijk maar behalve in de zonde, Hij heeft dus ook geen reiniging van zonde nodig. Je mag concluderen dat Zijn doopsel door Johan-nes twee keer overbodig is. Toch laat Jezus zich dopen. Waarom? Daarover moeten we nadenken.

De Zoon van God heeft ons mens-zijn aangenomen, en wel: het mens-zijn van de zonde. Paulus zegt: God heeft zijn Zoon tot zonde gemaakt. Jezus staat in de Jordaan beladen met de zonde van heel de mensheid. Hij staat daar namens ons allen. Daar wordt de zon-de van de wereld afgewassen, daar wordt ons mens-zijn van zonde gereinigd. En dat dat werkelijk ook zo is, zien we even later gebeuren. Na zijn doopsel scheurt de hemel open. Door de zonde van Adam was de hemel gesloten en leefde de mens buiten de gemeen-schap met God. Nu scheurt de hemel open en de Heilige Geest daalt in de gedaante van een duif op Jezus’ mens-zijn neer. God verzoent zich met de mens, de zondige mensheid, wier zonden nu door Johannes in de Jordaan afgewassen zijn. Voor die mens die gereinigd is van zonde, gaat de hemel open en tot die mens wordt gezegd: Gij zijt mijn Zoon, de welbeminde, in U heb Ik mijn behagen gesteld.

Dat doopsel is nu aan de Kerk gegeven. Van dat doopsel van Jezus in de Jordaan, heeft de Kerk het doopsel ontvangen. Door ons doopsel zijn onze zonden vergeven en in ons doopsel heeft God zijn Heilige Geest ook over ons uitgestort. In ons doopsel zijn ook wij door God bemind, zijn wij degenen in wie God zijn behagen heeft gesteld. In ons doopsel zijn wij tot zonen van God aangenomen, zijn wij, met een woordspeling, met God ver-zóónd. Het woord verzoond wordt dan verzoend. In ons doopsel heeft God Zich met óns verzoend.

Dat betekent dat wij, door de genade van het Doopsel, toegang tot de hemel gekregen hebben, dat de deur naar de hemel voor ons is opengegaan, en wij het eeuwige leven kunnen binnengaan. Die toegang hebben we niet gekregen door onze verdiensten, maar door Gods genade, door Gods liefde voor ons. God is goed, Hij is zo genadig en barmhar-tig dat Hij ons onze zonden vergeeft.

Jezus is de Zoon van God, Hij is dat van nature, Hij is van voor alle tijden geboren uit de Vader. Wij zijn door ons doopsel, door Gods genade aangenomen tot zonen, hebben wij, mannen en vrouwen, de rang van zonen gekregen, zijn wij kinderen van God gewórden, zoals Jezus de eniggeboren Zoon van de Vader ís.

In ons doopsel worden wij om die reden bekleed met het doopkleed. In de Heilige Schrift zien wij een paar mooie voorbeelden wat dat doopkleed betekent. De aartsvader Jacob had twaalf zonen. De jongste twee waren Jozef en Benjamin, die uit Rachel geboren zijn. Jozef was de oogappel van zijn vader Jacob. Zijn vader had hem het mooiste kleed gege-ven. Hij droeg het mooiste kleed als teken van de liefde van zijn vader. Zijn broers waren daar jaloers op en hebben Jozef aan Egyptenaren verkocht. Het mooie kleed dat hij droeg, scheurden zij kapot, besprenkelden zij met bloed van dieren om te suggereren alsof hij door dieren verscheurd was. Zo beledigden zij de liefde van hun vader voor zijn zoon Jo-zef.

Een ander voorbeeld. In de parabel van de verloren zoon, komt de jongste zoon, berooid van alle eer en alle menselijke waardigheid na lange tijd weer thuis. Wat doet zijn vader? Hij roept: ‘Trekt hem het mooiste kleed aan!’ Daarmee wordt de jongste zoon in de lief-devolle gemeenschap met zijn vader terug opgenomen, wordt hij met de liefde van zijn vader bekleed.

In ons doopsel zijn ook wij terug opgenomen in de gemeenschap met God en zijn wij met de Zoon bekleed. Ons doopkleed, Jezus Christus zelf, is dat mooiste kleed van de Vader, waarmee Hij ons in de gemeenschap met Hem terug heeft opgenomen. Nu zijn wij in vre-de met God en hoeven we onszelf niet meer te beschuldigen.

Toen Adam en Eva gezondigd hadden, zij gehoorzaamden de slang en luisterden niet naar God, ontdekten zij dat zij naakt waren. Door hun zonde hadden zij het kleed van de ge-meenschap met God afgeworpen. Door ons doopsel is onze gemeenschap met God her-steld. Daarom is deze feestdag van het Doopsel van de Heer, voor ons zo’n grote feestdag. Wij vieren vandaag dat God Zich met ons verzoend heeft. Door het doopsel van Jezus mo-gen wij en kunnen wij het eeuwige leven binnengaan, zijn wij in vrede met God.

We moeten wel zorgen dat we deze genade van het doopsel niet verliezen door ons op-nieuw van God af te keren, want dan is er geen redding meer mogelijk. Het sacrament van Boete en Verzoening is nu als het ware het tweede doopsel waarin onze zonden opnieuw vergeven worden. Zo vol genade en erbarmen is onze hemelse Vader, is onze God.

Broeders en zusters moge de wereld aan ons zien dat wij gedoopt zijn, dat wij door ons doopsel nieuw geboren zijn, dat wij door ons doopsel het uitverkoren volk van God zijn. Laten wij trots zijn op ons doopsel, op onze uitverkiezing, die wij niet hebben ontvangen door onze verdiensten maar door de genade van God alleen.
Laten wij dankbaar zijn en vol vreugde om de genade die God ons gegeven heeft. Laten wij dankbaar zijn dat wij kinderen van God zijn, dat wij Hem toebehoren. Aan God onze Vader en aan de Zoon komt alle lof en eer toe, door de Heilige Geest, vandaag en alle dagen van ons leven. Amen.