Preek van de week

Preek weekend 21-22 november, Christus is Koning van het heelal (A)

Zusters en Broeders in Christus,

Vandaag vieren wij het hoogfeest, Christus is koning van het heelal. We zullen eerst kijken wat de geschiedenis is. Paus Pius XI heeft dit feest in 1925 ingesteld. Hij wilde toen een teken stellen tegen de opkomst van het atheïsme en de secularisatie van de maatschappij. Vandaag, bijna 100 jaar later, lijkt de tijd niet veel te zijn veranderd. In 1970 is het feest wat aangepast en is de aandacht meer komen te liggen op de kosmische dimensie; Christus is Koning van het heelal. Daarmee is het niet zozeer een afzetten tegen het atheïsme en secularisme, maar eerder een poging positief duidelijk te maken hoever het koningschap van Christus reikt. Dit feest wil tegelijk ook de aandacht richten op de toekomst, de eindtijd, waarin Christus alles in allen zal zijn. Zo is het feest een soort brug van de zondagen door het jaar naar de Advent, waarin we de komst van Christus gedenken. Hierin komt ook vooral de geestelijke aard van Christus; koningschap naar voren; zoals Jezus Zelf zegt: “Mijn koningschap is niet van deze wereld” (Joh. 18, 36) Waarom is dit feest dan nog steeds van belang voor ons? Dat is dezelfde vraag waarom wij de Bijbel lezen? waarom wij het Evangelie verkondigen? waarom we heiligen van eeuwen geleden gedenken? Het heden bestaat bij de gratie van het verleden en in het heden ligt de kiem voor de toekomst.

Het koningschap van Christus omvat tijd en eeuwigheid. In de woestijn zien we Jezus bekoord worden door de duivel. Hij laat hem alle koninkrijken op aarde zien en zegt: “Dit alles zal ik je geven, als je in aanbidding voor mij neervalt”. Jezus' antwoord is duidelijk. Ge zult de Heer uw God aanbidden en Hem alleen dienen. Christus is koning in de dienst aan zijn hemelse Vader en in zijn dienst aan de mensen. Op Palmzondag is het ook een beetje Christus Koning. Dan zien we de Koning zitten op een ezeltje, zachtmoedig en nederig van hart. Staande voor Pilatus is het ook Christus Koning. “Gij zijt dus toch koning?” Jezus antwoordde: “Ja, koning ben Ik ....

Jezus is afgewezen door de machthebbers. Ze hadden niets aan Hem. Integendeel, Hij was lastig en zijn manier van koning zijn leek hun niet aantrekkelijk, daar hadden ze niets bij te winnen. Anderen, met goede bedoelingen, hebben niet begrepen dat het koningschap van Jezus het echte koningschap van God weerspiegelt. In Jezus kunnen we zien hoe God koning is en wil zijn. Niet met macht en spectaculaire daden, maar in eenvoud en goedheid.
Het feest van Christus koning zet ons elk jaar opnieuw aan het denken over onze wereld en over onszelf. Wat voor samenleving bouwen wij op? Is het een samenleving waarin kleine mensen tot hun recht komen, waar oog is voor iedereen, waar iedereen zich inspant voor goedheid en liefde, voor recht en gerechtigheid, voor trouw en eenheid? Als de maatschappij zo vorm krijgt zal iedereen Christus herkennen en spontaan erkennen dat Hij in dit alles de top is, de beste, de hoogste, de grootste, de Koning.

Een heilige die ons hierin altijd heeft geïnspireerd, is de heilige Martinus van Tours. U kent hem als de jonge soldaat die zijn mantel doormidden snijdt en deelt met een bedelaar. Hij ziet 's-nachts in zijn droom Jezus met zijn doorgesneden mantel en hij ontdekt dat hij in die bedelaar Jezus zelf heeft geholpen. Martinus zal die ervaring trouw blijven, ook als hij later zo'n soort beproeving heeft als Jezus in de woestijn. Martinus ziet dan een koning naar hem toekomen, schitterend mooi, hij lijkt op Jezus in zijn glorie. Maar Martinus doorziet de beproeving en hij blijft trouw aan het Evangelie. Hij heeft Jezus juist leren herkennen in de arme, in de verschopte, in de gehandicapte, in de minderbegaafde- en kleine mens. Hij zal zich niet laten verleiden om Jezus te zoeken in rijkdom, macht en aanzien, in luxe en aardse genoegens.

Een ander voorbeeld is Moeder Teresa. Zij heeft haar zusters geleerd om ieder dag te beginnen met een uur aanbidding. De heilige hostie wordt op het altaar geplaatst, zichtbaar voor iedereen. Als de zusters door het geloof Jezus leren zien in dat nederige brood, zo eenvoudig - wat stelt het helemaal voor? - als zij daarin slagen, zullen zij Jezus ook kunnen herkennen in de arme, in al diegenen die bij hen aan huis komen voor opvang of een maaltijd, voor kleding of een bemoedigend woord. Wie Jezus herkent in het gebroken Brood, herkent Hem ook in de gebroken mensen.

We hoorden het ook in de tweede lezing: “Het is vastgesteld dat Hij het koningschap zal uitoefenen, tot Hij al zijn vijanden onder zijn voeten heeft gelegd. En de laatste vijand die vernietigd wordt, is de dood.” Hier hetzelfde: Koningschap, vijanden onderwerpen en vernietigen. Het lijkt weer van die Oud-Testamentische taal, over glorie, kracht, eer en roem, die naar ons gevoel haaks staan op dienstbaarheid en lijden voor anderen. Nogmaals, we zullen verder moeten kijken, want als Jezus Zelf beide beeldspraken gebruikt, dan moet er een diepere eenheid bestaan.

Misschien is het goed om eerst eens naar die vijanden te kijken. De laatste vijand is de dood. Wat de eerste vijand is, staat er niet. Ook niet hoeveel vijanden er zijn, maar we komen wel op het spoor over wat voor soort vijanden het gaat. Het gaat niet over gewone mensen, niet over soldaten of politici, over boeven of bedriegers. ‘De laatste vijand’ brengt ons op het spoor over wat voor vijanden het gaat. De laatste vijand is de dood. De dood heeft in de Bijbel alles te maken met zonde en zonde met de strijd tussen goed en kwaad. En goed en kwaad heeft alles te maken met de geestelijke strijd in ons hart, met de invloed van kwade machten. Paulus schrijft aan de Efesiërs: “Onze strijd gaat niet tegen vlees en bloed, maar tegen de heerschappijen, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelen (Ef. 6,12).” Wat is nu dat koningschap van Jezus? U kent de antwoorden uit het verleden. Aan kinderen wordt het soms nog wel zo verteld: “Jezus is de koning van ons hart.” De openbaring van de heilige apostel Johannes zegt: ‘Ik sta voor de deur en Ik klop. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik bij hem binnenkomen en ik zal maaltijd met hem houden en hij met Mij’. Laten wij onze harten openstellen voor Jezus in deze eucharistieviering en in het bijzonder Heilige communie opdat Hij zou komen wonen in onze harten als koning. Amen.