Preek van de week

Preek zondag 14 oktober, 28e zondag door het jaar, Mc 10,17-30 (B)

Zusters en Broeders in Christus,

De rijke jongeling vraagt aan Jezus wat hij moet doen om het eeuwig leven te verwerven, en wellicht bedoelt hij: ‘om in de hemel te komen.’ Eigenlijk lijkt dat een merkwaardige vraag, want hij doet alles wat de tien geboden voorschrijven. Hij doet dus niets verkeerd, en toch voelt hij dat dit niet voldoende is. Daarom vraagt de rijke jongeling aan Jezus wat moet hij doen om het eeuwig leven te krijgen? Jezus zegt: “Één ding ontbreekt u: ga verkopen wat ge bezit en geef het aan de armen, daarmee zult ge een schat bezitten in de hemel, en kom dan terug om Mij te volgen.” Wat ontbreekt deze man,  wat komt hij tekort? Wanneer we het zien in het licht van de eerste lezing, komt hij misschien wijsheid tekort. Maar hij is wel zo wijs om naar Jezus te gaan met zijn vraag. Hij is ook zo wijs om de Wet van Mozes trouw te volgen. Toch heeft hij nog niet de wijsheid waar de eerste lezing over spreekt. Daar lezen we: “… in vergelijking met haar beschouwde ik rijkdom als niets …” Rijkdom in vergelijking met wijsheid als niets beschouwen, zover is deze man dus niet. Hij beschouwt blijkbaar zijn rijkdom als zijn grootste schat. Hij komt dus die wijsheid tekort waarmee hij inziet dat er een andere rijkdom is die alles te boven gaat. Of ziet hij het wel, maar kan hij niet loslaten?

Deze rijke man is niet vrij. Dat is een van de gevaren van rijkdom. Het maakt onvrij. We lezen het in de parabel van het zaad op de akker. Jezus vergelijkt rijkdom daar met distels als Hij zegt: “Wat onder de distels viel zijn zij die wel geluisterd hebben, maar die gaandeweg door de zorgen, de rijkdom en de genoegens van het leven verstikt raken en niet tot rijpheid komen.” Rijkdom heeft dus een gevaar is zich. Maar toch is het ook een kans. Het is een talent zoals andere talenten. Jezus zegt tegen de rijke man: “Eén ding ontbreekt u: ga verkopen wat ge bezit en geef het aan de armen, daarmee zult ge een schat bezitten in de hemel, en kom dan terug om Mij te volgen.” Rijkdom dus als een kans. Maar deze rijke man kan die kans niet aannemen. Zo kunnen we een andere uitspraak van Jezus begrijpen: “Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen.” Een mens moet eerst een geest van armoede hebben, om vrij te zijn in de materiële rijkdom.

We leven vandaag in een wereld van  rijkdom en bezit, van genieten zonder zorgen, van alles alleen voor onszelf. We lezen in de krant, we horen op de radio, we zien op tv hoever anderen het gebracht hebben, en hoeveel die en die verdient – en dat gaat dikwijls om ronduit waanzinnige bedragen. We worden overspoeld door reclame die ons een wereld voorhoudt van supergezonde en superknappe mensen, en ze zijn supergezond en superknap omdat ze met die auto rijden, dat parfum gebruiken, dat merk van kleren dragen en ga zo maar door naar die niet bestaande wereld, ver weg van de werkelijke wereld. En die werkelijke wereld is een wereld van geluk maar ook van ongeluk, van rijkdom maar ook van armoede, van prachtige natuur maar ook van vreselijke natuurvervuiling, van gezondheid maar ook van ziekte en dood. Een wereld waar Jezus ons altijd opnieuw op wijst. Een wereld van er niet alleen voor onszelf zijn, maar ook voor onze medemensen.

Zusters en broeders, in de eerste lezing wordt de lof van de wijsheid gezongen. ‘Ik bad en inzicht werd mij geschonken, ik smeekte, en de geest van de wijsheid kwam over mij,’ zo hoorden we. Wel, het zou mooi zijn als wij ook zouden bidden dat de geest van wijsheid over ons komt. De wijsheid dat rijkdom en bezit geen doel, maar een middel is. Een middel om het doel te bereiken, en dat is: Bemin God bovenal, en uw naaste gelijk uzelf. Alleen dan kunnen we het Koninkrijk van God binnengaan. Amen.