Preek van de week

Preek weekend 8-9 juni 2024

Lezing uit het boek Genesis Gen. 3, 9-15
Lezing uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus
aan de christenen van Korinthe 2 Kor. 4, 13-5,1
Lezing uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus
volgens Marcus Mc. 3, 20-35

Broeders en zusters in Christus,

In het Marcusevangelie horen we vandaag onbegrip van diverse kanten. Eerst mogen we ons realiseren dat Jezus nog aan het begin staat van zijn openbaar optreden. Dertig jaar heeft Hij onopvallend geleefd. Hij staat bekend als de zoon van de timmerman en misschien was Jezus al die jaren ook timmerman. Na zijn doopsel door Johannes in de Jordaan treedt Jezus op in de kracht van de Heilige Geest, Hij verlaat - zeg maar - de timmerwerkplaats en begint aan zijn openbaar optreden. Hij verkondigt echter een nieuwe leer en Hij spreekt met gezag. Waar heeft die timmerman die leer vandaan en waar haalt Hij dat gezag vandaan? Jezus doet ook wonderen, Hij drijft duivels en boze geesten uit. Waar haalt Hij die macht vandaan? Jezus verzamelt mensen om zich heen en begint een nieuwe beweging. Jezus is opeens een heel andere Jezus geworden dan iedereen Hem tot nu toe gekend heeft.

We horen de reacties. Allereerst zijn verwanten. Zij willen Jezus meenemen en wegvoeren, want ze zeggen: Hij is niet meer bij zijn verstand, met andere woorden: Jezus is gek geworden. Vervolgens hebben we de schriftgeleerden uit Jeruzalem. Zij zeggen: Jezus is van de duivel bezeten. Tegen hen reageert Jezus fel: zij zondigen tegen de Heilige Geest. Maar tegen zijn verwanten en zijn moeder zegt Jezus: "Mijn broeder en mijn zuster en mijn moeder zijn zij, die de wil van God volbrengen."

Over dat laatste gaan we eerst nadenken. Wat doet Jezus? Jezus sticht een nieuwe gemeenschap om Hem heen, gebaseerd op geloof in Hem, een gemeenschap van mensen die naar Hem luistert. Zijn verwanten willen Jezus meenemen, voorkomen dat Hij gekke dingen doet. Zij willen Hem vasthouden zoals zij Hem altijd gekend hebben. Maar zij moeten Jezus juist loslaten om ruimte te scheppen voor veel nieuwe gezinsleden. Daartoe moet Jezus het oude vertrouwde huisgezin van Nazareth openbreken. Jezus wil een nieuwe familie vormen, de familie van God. Dat is de Kerk, in het latijn de familia Dei. Later, op het kruis, zal Jezus Maria aanstellen als de geestelijke Moeder van die nieuwe familie. Onder het kruis krijgt Maria een nieuwe plaats toebedeeld, daar wordt zij de Moeder van de Kerk. Dat begrijpen zijn verwanten en familieleden nu nog niet. Zij denken dat Hij gek geworden is. Zij moeten leren de eigen familierelatie met Jezus los te laten, dat Jezus niet alleen van hen, maar dat Hij er is voor heel de mensheid. Door ons doopsel horen wij bij die familie, de Kerk. Laten wij naar Hem luisteren en de wil van God volbrengen.

Aan de andere kant staan de Schriftgeleerden. Die nieuwe gemeenschap van Jezus ontstaat buiten de Synagoge om. Nu zeggen de Schriftgeleerden dat Jezus door de Be lzebub, de vorst van de duivels, duivels uitdrijft, dat Jezus zelf van de duivel bezeten is. Dat is een hele venijnige beschuldiging. Zij zeggen dat de geest die Jezus bezielt, niet deugt. Jezus is een wolf in schaapskleren, Hij is een verleider, een bedrieger, want de mensen lopen Jezus achterna en hun niet.

Als iemand iets doet en het lukt niet, dan zeggen we vergoelijkend: 'Hij bedoelt het goed. Zijn intentie is goed'. Maar als van iemand gezegd wordt: 'Er heerst een kwade geest in hem', dan worden alle werken die hij verricht verdacht. Hij bedoelt het niet goed, er zit een andere bedoeling achter. De Schriftgeleerden beschuldigen Jezus dat zijn intentie niet deugt.

Jezus is gekomen om de mensen, om ons en dus ook de schriftgeleerden, met God te verzoenen, om door zijn offer op het kruis al onze zonden te vergeven. Maar als je Jezus afwijst, omdat je Hem niet vertrouwt, omdat Hij van een boze geest bezeten zou zijn, dan kan Hij jou niet vergeven. Je wijst de verzoening af, en dan ben je onverzoenbaar tegenover God. Dat is de zonde tegen de Heilige Geest. Het niet aanvaarden van zijn vergeving kan niet vergeven worden omdat je de vergeving afwijst.

De Geest van Jezus is liefde. Jezus wil zich in liefde met ons verenigen: 'Gij in Mij en Ik in u'. Als de ziel zich in liefde met Jezus verenigt, dan zal die mens met Jezus verrijzen tot nieuw en eeuwig leven. Maar als iemand zegt dat Jezus van de duivel bezeten is, kan hij zich niet met Jezus in liefde verenigen. Wie kan hem dan nog verlossen? Eigenlijk is die mens zelf ten prooi gevallen van een boze geest en is daarmee verloren.

Jezus echter is de sterkere. Hij alleen is de Heilige, Hij alleen de Allerhoogste. Alles is aan Hem onderdanig. Hij is degene die ons verlost van de duivel. Maar als iemand zegt dat Jezus van de duivel bezeten is, heeft hij Jezus Christus veroordeeld, en zich boven Jezus Christus gesteld. Hij heeft zijn Redder daardoor onmachtig gemaakt en is verloren. Hij is dan bezwaard met een eeuwig blijvende zonde.

De Farizee n hadden al besloten Jezus uit de weg te ruimen omdat hij op sabbat genas. Nu ze Hem beschuldigen dat Hij van de duivel bezeten is, is voor hun helemaal de weg vrij om Jezus uit de weg te ruimen. Met hen kan Jezus niets meer aanvangen. Daarom maakt Jezus een nieuw begin buiten de farizee n om. Het is een breuk met de synagoge. Jezus sticht een nieuwe familie, de Kerk. Van die familie, de Kerk, wordt Maria de moeder. Zij heeft altijd de wil van God volbracht, door haar Onbevlekte Ontvangenis, door haar Jawoord. Maria is daarom ons voorbeeld van waarachtig geloof en de Schriftgeleerden niet.

Laten wij als gelovige mensen Maria navolgen. Laten wij binnentreden in ons eigen hart, en beschouwen welke geest ons bezielt. Laten we ons hart reinigen van elke boosheid. God kijkt naar de gezindheid die leeft in ons hart, meer dan naar het resultaat. Door het gebed van ons hart, door de kracht van de goede Geest zullen wij boven onszelf uitstijgen
Moge de goede Geest ons bezielen, dan treedt Christus, onze Heer, met vreugde binnen in ons hart dan zullen wij vrije mensen voor God zijn en voor elkaar. Heilige Maagd Maria, Moeder van Christus, Moeder van de Kerk: bid voor ons. Amen.