Preek van de week

Preek 17 juni bij gelegenheid van het 12,5 jarig priesterjubileum van pater Jozef.

Beste Pater Jozef, broeders en zusters in Christus:

Jij bent 12,5 jaar geleden priester gewijd en bent in dienst gesteld van Christus en zijn kerk. Je bent priester geworden als Heraut van het Goede Nieuws, om het Evangelie te verkondigen. Ook in het evangelie van vandaag ben jij een priester om te zaaien en te verkondigen.

Jezus spreekt in parabels. Het eigene van een parabel is dat je er vele kanten mee uit kunt. Daardoor weet je nooit zeker wat Jezus nu precies bedoelt met die parabel. Ook de leerlingen weten niet wat Jezus ermee bedoeld heeft, want thuis legt Jezus alles uit aan zijn leerlingen. En die uitleg  staat nou net niet in het Evangelie. Hoe moeten wij dan we-ten wat Jezus ermee bedoelt? Daarover moeten en mogen wij nadenken.

Een parabel is een gelijkenis. Een gelijkenis bevat meer niveaus, je mag ook zeggen: het is een verhaal met een dubbele bodem en misschien wel een driedubbele of vierdubbele bodem. En je weet nooit of je alles begrepen hebt. Daardoor wordt een hele diepte open-gelegd die op een andere manier niet uit te leggen is. Zo ook met deze twee gelijkenissen van het vanzelf groeiende zaad en die van het mosterdzaadje. Nu wij jouw 12,5 jarig priesterjubileum vieren kunnen we deze gelijkenis ook op jou toepassen. Je was 25 jaar toen je priester gewijd werd in India in Andrapradesh. Je wilde priester worden en jouw pastoor zond je naar het seminarie van de Heralds of the Good News, de herauten van het Goede Nieuws, de herauten van de Blijde Boodschap, van het Evangelie. In dienst staan van Koninkrijk van God.

De gelijkenissen gaan allebei over het Koninkrijk van God. Deze parabels spreekt Jezus allereerst tot een aantal van zijn leerlingen die ongeduldig beginnen te worden. Die willen meteen resultaat zien. Waar blijft nu jouw koninkrijk? Laat ons niet langer wachten! Deze parabel wordt opnieuw door de leerlingen gelezen na de kruisdood van Christus, en weer wordt de vraag gesteld: waar blijft nu dat koninkrijk van God?  Christenen die vervolgd worden omwille van hun geloof vragen ook: Waar is het konink-rijk van God? Sommige van ons zeggen: Ik heb zoveel gebeden en ik zie maar niks gebeu-ren! Waar is God? Anderen haken teleurgesteld af, omdat zij het koninkrijk van God maar niet zien komen. 

Het eerste nu wat Jezus in de parabel wil leren is: dat het Koninkrijk van God niet plots-klaps uit de hemel komt vallen. Het komt niet als een revolutie die ineens de hele maat-schappelijke orde omver werpt en een andere maatschappelijke orde neerzet. Het konink-rijk van God groeit. Het groeit als een zaadje, waaraan je verder niets kunt doen: eerst de groene halm, dan de groene aar en dan het volgroeide graan in de aar, en dan komt de oogst. Allereerst vraagt Jezus geduld. Gewas zie je niet groeien. Je ziet alleen dat het bv. vandaag hoger staat dan gisteren.  Zo is het ook met het Koninkrijk van God, het groeit maar je ziet het niet groeien. Je hebt geduld nodig tot de oogst. Zeker een priester moet eindeloos geduld hebben, en een priester in Nederland ziet niet veel groeien.

Voor jou Jozef, komende uit India, is de Katholieke Kerk in Nederland werkelijk een cul-tuurshock. Het is zo anders dan in India. In India wordt de priester geëerd, de mensen komen vanzelf naar een preister toe en vragen om zegen. Daar wordt hij nog gezien als een man van God. De kerken in India zijn open en mensen lopen in en uit om te bidden. In Nederland is er bijna geen gebedscultuur meer. Je zei van de week: In India komen mensen een half uur van te voren naar de kerk en bidden. In Nederland komen ze vlak voordat de mis begint en ze zijn meteen weer weg. En hier moet jij het Goede Nieuws verkondigen.

Maar dan kom je toch wel met de opmerking: “Ik zie het helemaal niks groeien. Ik zie ker-ken gesloten worden, ik zie een verloedering van de samenleving, een immoraliteit met betrekking tot leven en dood, huwelijk en gezin. Waar groeit het koninkrijk van God dan?” Dan mag je een ander woord van de Heer herinneren, als Hij voor Pilatus staat: Mijn Ko-ninkrijk is niet van deze wereld.

Daar ligt een antwoord. Velen zoeken het Koninkrijk van God buiten zichzelf, in de wereld om zich heen, in de maatschappelijke orde. Veel mensen zoeken hun heil in roem, rijk-dom en familieverbanden en relaties, en vooral in gezondheid. Maar die gaan allemaal voorbij. Die zijn allemaal vergankelijk. Daar is dus het Koninkrijk van God niet. Want het Koninkrijk van God is eeuwig: aan zijn rijk komt geen einde. Onze ziel is eeuwig. Het Ko-ninkrijk van God groeit ín ons, in ons hart, in onze ziel. Het Koninkrijk van God moeten we zoeken in onze ziel, in ons diepste wezen, in ons hart. En je taak als priester is de mensen terug te voeren tot in de diepste van hun ziel.

Het zaad van het Koninkrijk is allereerst het Woord van God. Jouw taak is het om als mis-sionaris het Woord van God te verkondigen. Maar je moet als priester eerst zelf het Woord van God ter harte nemen. Maria zei: Mij geschiede naar uw Woord. Zij luisterde, bewaarde het in haar hart en overwoog het bij haarzelf. Zij handelde daar naar en zei: ‘Ja! Hier ben ik’. Maria is dan ook het voorbeeld bij uitstek voor de priester. Jij en ik hebben dan ook het voorrecht om in Veldhoven priester te zijn waar Maria op een bijzondere wijze vereerd wordt als OLV ter Eik. Als wij als priester niet als eerste, maar het geldt voor iedere gelovige, het woord van God echt ter harte nemen, dan valt het op rotsgrond of in ondiepe aarde en draagt geen vrucht. Als wij het als priester niet ter harte nemen hoe kunnen we dan de mensen aan-sporen het wel ter harte te nemen?

Wat Jezus ons wil leren is, dat wij door Zijn woord gelovig te aanvaarden, moeten uit-groeien tot die volle korenaar. Dan kunnen wij getuigen van ons geloof, van onze relatie met Jezus Christus, van onze liefde voor Hem in woord en in daad. Dan is het Koninkrijk van God in ons gekomen en dragen wij vrucht. Jij, Jozef, bent een voorbeeld van een aar die vrucht draagt. Jij bent uit een ver land gekomen, familie en vrienden heb je achter gelaten om hier in Nederland het Goede Nieuws te verkondigen, waar een maatschappij zo arm aan geloof is. Vanuit een volle aar kun je zaaien.

Wij bidden Uw Rijk kome. Maar het Koninkrijk van God komt niet buiten ons om. Als wij bidden Uw rijk kome dan betekent dat: Hoe kan ik mij inzetten voor de opbouw van uw Koninkrijk? Hoe kan het rijk van God in mij groeien. Hoe kan ik mijn steentje bijdragen bij de opbouw van uw Rijk. Jouw gebed is uitgelopen om als priester, missionaris je in te zet-ten voor de opbouw van het Koninkrijk van God. Dat is een heel mooi voorrecht.

Maar bijzonder als priester moet je dagelijks gevoed worden om vervolgens de mensen te kunnen voeden. Dat vragen wij ook in ons gebed: Geef ons heden ons dagelijks brood. Zoals het lichaam voedsel nodig heeft van de aarde om te leven, zo heeft ook de ziel da-gelijks voedsel nodig om te leven. De ziel moet gevoed worden door de Geest. De ziel wordt gevoed door het gebed, door te luisteren naar het Woord van God door te de le-zing van de heilige Schrift, het vieren van het Sacrament van de vreugde, dat is de biecht en het sacrament van de liefde, dat is de Eucharistie. Jij, als priester, moet ook gevoed worden om te kunnen verkondigen. Als je vrucht draagt kun je getuigen van de liefde en de vreugde van God in jou. Als wij vrucht dragen, dan is het Koninkrijk van God gekomen in deze wereld, in ons, maar de wereld ziet het niet. Beste Jozef, zorg dat je altijd een volle korenaar blijft. Zorg dat de mensen die aan je zijn toevertrouwd een rijpe korenaar worden. Je zult ok tegen de men-sen moeten zeggen dat ze er zelf ook aan moeten werken, met de hulp van Gods genade. Het geloof komt niet aanwaaien. Zeg tegen de mensen dat ze moeten bidden en volhar-den, ora et labora, bid en werk, bid en ga door.

Er zit nog een dubbele bodem in de parabel van het mosterdzaadje. Jezus vergelijkt mis-schien Zichzelf met een mosterdzaadje. Jezus, de Zoon van de Allerhoogste God, is heel klein geworden. Hij is mens geworden, geboren uit een maagd, in een stal, hij werd in doeken gewikkeld en neergelegd in een kribbe. Kan het nog minder? Hij werd vernederd, mishandeld, gehoond en gekruisigd. Hij was niet groot in de ogen van de mensen. In onze wereld, onze samenleving van vandaag wordt Hij nog steeds niet hoog geacht. Wie neemt Hem serieus? Passen veel mensen Jezus niet aan aan hun eigen ideeën? Je kunt met Hem minachten, zijn geboden aan je laars lappen, Hij zal geen enkele weerstand bieden. Hij is als het onooglijk mosterdzaadje dat tussen je vingers door valt. Jezus biedt geen enkele weerstand.

Maar Jezus viel als een mosterdzaadje in de aarde toen Hij in het graf gelegd werd. Hij verrijst uit de dood en wordt hoog verheven. Hij is groot geworden als een boom met tak-ken waarin de vogels van de hemel wonen. Deze boom is de Kerk, het lichaam van de ver-rezen Christus. Zoals uit het mosterdzaadje de grote boom is ontstaan, zo is uit de gestor-ven Christus, door zijn verrijzenis, de Kerk ontstaan. Zijn takken dat zijn de apostelen. De priesters zijn een zijtak aan de takken van de apostelen, zij staan in dienst van de bis-schop, die de opvolger is van de apostelen. De vogels van de hemel die zich nestelen en daar huizen zijn de gelovigen. Vogels van al-lerlei pluimage. Zij rusten op de leer van de apostelen en vinden hun beschutting en vei-ligheid tussen de takken en het gebladerte van de boom. Daar vinden gelovigen rust voor hun ziel. De taak van de priester is om de mensen beschutting te geven in de kerk, hun vrijheid te geven door de vergeving van hun zonden, dat ze vrij kunnen wandelen voor Gods aangezicht. Voor die taak ben je groepen, beste Jozef, en uitgezonden.

Wij zijn God dankbaar voor jou als priester. Wij zijn God dankbaar dat Hij jou naar ons toe gezonden heeft. Ik ben dankbaar dat ik jou heb leren kennen en dat wij samen hier in Veldhoven voor dit mooie werk zijn uitgezonden. Wij zijn samen priester in de ene hoge-priester Jezus Christus. Jozef van harte proficiat en ik hoop dat je nog lang bij ons hier in Veldhoven mag blijven en wij samen ons mogen inzetten. 

Waar is nu het Koninkrijk van God? Zie hier, in de Kerk is het Koninkrijk van God gekomen. Wie oren heeft Hij luistere. Amen.