Preek van de week

Preek 17 februari, Aswoensdag,

Broeders en zusters in Christus:

De grote vastentijd is weer begonnen. Iedere zichzelf respecterende godsdienst kent perioden van vasten. Waarom? De vastentijd is bij uitstek een tijd van bezinning om tot jezelf te komen. Tot jezelf komen is beseffen dat je - wie je of wat je ook bent - een vergankelijk mens bent, niets meer en niets minder. Maar dat is wel al jouw kostbaar-heid. Het is je realiseren dat je alles van God gekregen hebt en dat heel je wezen in Gods hand ligt. Komt een mens tot zichzelf dan is hij thuis bij zichzelf, maar dan is hij ook overal thuis. En waarom? Omdat hij bij God thuis is. Hij leeft in gemeenschap met God. Die mens is in vrede! De veertigdagentijd is de tijd die ons gegeven wordt om tot God, om tot onszelf te komen. Dat gaat niet vanzelf want hoe meer werk we daar van maken des te meer verleidingen komen we tegen op onze weg.

De eerste vraag die ik mijzelf stel is: Je bemint God. Maar waarin wordt jouw liefde voor God zichtbaar? Hoe groot is je liefde voor God? En dan kijk ik naar het kruis. Jezus Christus is voor ons allen op het kruis gestorven. Geen groter liefde kan iemand heb-ben dan deze: dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden. Jezus heeft zijn leven uit liefde voor ons. Wat is nu mijn antwoord? Wat is mijn liefde voor Hem? Hoe ver gaat mijn liefde voor Hem? Wat heb ik voor Hem over?

Jezus zegt: Wie Mij liefheeft, onderhoudt mijn geboden, mijn Vader zal hem liefhebben en wij zullen tot Hem komen en verblijf bij hem nemen. God wil dus in liefde bij ons zijn verblijf nemen. In een hart dat voor Hem openstaat, in een hart dat Hem toebehoort, zal God zijn intrek nemen. Dan zul je zijn overweldigende liefde kennen, en zien dat onze liefde bij zijn liefde vergeleken een speldenknop is.

De veertigdagentijd is de tijd om Gods geboden nauwkeurig te onderhouden te en te groeien in liefde voor Hem. Zijn liefde moet zichtbaar worden in onze daden. Heb ik lief zoals Christus liefheeft? Dat is zijn gebod. De mensen moeten aan ons kunnen zien dat Christus in ons woont. Het is de tijd om de wegen te verlaten die wij opgegaan zijn en ons een bedrieglijke liefde voorschotelen. De duivel staat nl. op de religieuze markt met heel veel kramen en roept: Hier is het! Dit is goed voor jou! Verwen jezelf eens een keer! Geniet van het leven! De mediareclame schotelt ons producten en gelegenheden voor alsof het hebben van al dat moois ons gelukkig zou maken. Toegeven aan die ver-leidingen betekent dat zij ons van God weghalen en dat wij onszelf niet aan God toe-vertrouwen maar aan al die dingen die God geschapen heeft om ze te gebruiken. Die voeden ons egoïsme en worden onze afgoden. De apostel Jacobus zegt daarover: ‘Trouwelozen, weet ge niet dat vriendschap met de wereld vijandschap met God bete-kent?’ De veertigdagentijd is de tijd die God ons geeft om deze heilloze wegen te verla-ten en om te groeien in liefde voor Hem en zijn Zoon Jezus Christus, om Hem trouw te blijven.

We kijken naar Jezus Christus en zijn kruis, waar de veertigdagentijd eindigt. Hoezeer is Hij niet in zijn liefde voor ons vernederd? Zie hoe Hij bespot is, en verraden, en gemar-teld. Hij is voor ons ons door het stof gegaan.
Tegenover Hem staan de farizeeën, de hogepriesters en de schriftgeleerden, zg. nette beschaafde mensen. Zij vinden dat zij niks verkeerds hebben gedaan, maar zij vernede-ren en kruisigen een onschuldige. Zij stoken de mensen op tegen God en zijn Gezalfde, Jezus Christus. Zij roepen in koor: weg met Hem, aan het kruis met Hem. Zij wenden voor geloof te hebben, maar Jezus Christus kennen zij niet. Zij zien Hem, maar geloven niet in Hem. De liefde van God is niet in hen.

Aan ons wordt nu de veertigdagentijd gegeven om te groeien in ons geloof in Jezus Christus, dat wij Hem steeds beter mogen kennen. Moge Hij ons hart met zijn liefde-volle aanwezigheid vullen, opdat wij nieuw geboren worden. Dan zullen we weten dat God leeft in ons. Dan is het eeuwig leven in ons, dan kennen wij God persoonlijk, dan is zijn rijk gekomen, en geschiede zijn wil in ons. God zelf is ons dagelijks brood. Al dat-gene wat niet voedt, wat ons van Christus afhoudt en verwijdert, verwerpen we als vuilnis. 

Op deze weg van bekering komen de verleidingen vanzelf op onze weg. God echter staat ons bij. Hij zegent ons daartoe met as, om te kunnen versterven aan de vergan-kelijke wereld. De palmtak, die het teken was van glorie en overwinning, is verbrand. Zo vergaat de wereldse glorie. Zo zullen ook wij vergaan met al wat wij zijn. Maar als wij met Christus door het stof gaan, zullen wij ook delen in zijn heerlijkheid.

Deze tijd van  bekering wordt geheiligd door vasten, aalmoezen en gebed. Moge de Vastentijd voor ons een heilige tijd worden, niet uit kracht van onszelf, maar uit de kracht van God. Dan zullen wij op Pasen met Christus opstaan ten leven. Wij zullen Hem verheerlijken en zingen: Aan Hem zij de heerlijkheid en de eer en de macht in de hemel en op aarde in alle eeuwigheid. Dan zijn wij tot onszelf gekomen, is God met ons. Ik wens u een hele mooie en gezegende vastentijd toe. Amen.