Preek van de week

Preek weekend 4 - 5 augustus 2018 

Broeders en zusters in Christus:

 De wonderbare broodvermenigvuldiging is voor ons een wonder. Er gebeurt iets wat voor ons niet gewoon is. De gewone dingen zien we niet als een wonder, omdat die altijd gebeuren. Iedere dag gaat de zon op. Heel gewoon. Als het regent groeit het gras, heel gewoon en als het niet regent dus niet. Niemand ziet het als een wonder, maar dat is het eigenlijk wel. Heel de schepping is een wonder. Wij vinden water heel gewoon, maar het bestaan van water is een wonder, het is een schepping van God. Het is een wonder dat water aan alles leven geeft, aan planten, dieren en mensen, soort na soort. Heel de schepping, al wat bestaat en met al zijn krachten is een wonder van God en het is mooi en goed als je dat zo kunt en mag zien.

God heeft niet alleen alles geschapen, maar Hij houdt het ook in stand. Of zoals Jezus zegt: Mijn Vader is voortdurend aan het werk en ook Ik ben dus voortdurend aan het werk. Als God niet voortdurend aan het werk zou zijn, valt heel de schepping letterlijk terug in het niet.


De wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging is voor ons een wonder, maar voor God is dat geen wonder! Alles immers bestaat door Hem. Alles heeft Hij geschapen uit het niets. Jezus doet wonderen om ons wakker te schudden dat alles een wonder is, dat wijzelf het grootste wonder van God zijn: wij zijn nl. geschapen naar Gods beeld en gelijkenis.


God is mens geworden om ons in stand te houden. Zonder God houden wij geen stand, vallen wij terug in het niets. Jezus is dus ons leven, ons eeuwig leven. Hij is onze Redder. Zonder onze Redder gaan wij verloren. De Mensenzoon is gekomen om ons te voeden tot eeuwig leven. Hij is ons behoud.


De mensen zoeken na de wonderbare broodvermenigvuldiging Jezus, maar waarom? Zij hebben nog niet door dat Jezus een teken gesteld heeft. Jezus wijst hen heel duidelijk op hun aardse, niet geestelijke, instelling: “Niet omdat je een teken gezien hebt, zoeken jullie Mij, maar omdat je van de broden hebt gegeten tot je honger was gestild”. De mensen gaan niet uit liefde naar Jezus toe, maar om wat van Hem te krijgen.

Jezus heeft met de wonderbare broodvermenigvuldiging een teken gesteld. Een teken heeft een betekenis. Je kunt zeggen een teken heeft een buitenkant, maar ook een binnenkant, en die binnenkant is de geestelijke betekenis en daar is het om te doen.


Jezus wil de mensen voeden tot eeuwig leven. Hij wil de mens in stand houden. Dat is de betekenis. Maar hóe wil Hij de mens voeden? Daar gaat het nu over.

Mensen doen heel veel moeite, hebben er heel veel voor over om brood te krijgen. Ze zoeken Jezus overal, aan de ene kant van het meer en aan de overkant van het meer. Jezus wijst hun op hun aardse instelling. Hij zegt dat zij zoeken en werken voor het voedsel dat vergaat! Jezus maant hen dat zij diezelfde inspanning moeten verrichten voor het voedsel dat blijft.

Jezus spreekt hen dus toe dat er twee soorten voedsel zijn: voedsel dat vergaat en voedsel dat blijft. Dat voedsel dat blijft, dat is eeuwig, dat is voedsel dat niet vergaat. Dat eeuwig voedsel geeft eeuwig leven.


Dat eeuwig voedsel, dat voedsel dat leven geeft aan de wereld, komt niet uit de wereld. Voor de evangelist Johannes heeft het woord wereld een diepere betekenis. De wereld is bij Johannes alles wat zonder God is. De wereld kent God niet. De wereld is ten dode. Dat voedsel, dat brood dat uit de hemel neerdaalt, geeft leven aan de wereld. De Mensenzoon is uit de hemel neergedaald, naar de wereld gekomen, - die ten dode is – om leven te geven aan de wereld, opdat de wereld, de mens, in stand blijft, in leven blijft.


Het voedsel dat uit de hemel neerdaalt, wordt niet door de aarde voortgebracht, het is voedsel dat van God komt. Het is brood dat je niet zelf kunt maken. Het is brood dat je geschonken wordt, gegeven wordt, waarvoor je je niet in het zweet hoeft te werken, net zomin als het manna in de woestijn.


Dan vragen de mensen: ‘Heer, geef ons te allen tijde dat brood’. Maar om dat brood te kunnen krijgen, dat vraagt geloof!

Allereerst het geloof dat Jezus uit de hemel is neergedaald, dat Jezus de Mensenzoon, de Zoon van God is. Jezus is ontvangen van de Heilige Geest, dat betekent: Hij is dus niet door de aarde voortgebracht, Hij is niet geboren uit het zaad van Adam, Hij is uit God geboren maar weliswaar ontvangen in de schoot van een maagd. Hij is op wie God zelf, de Vader, zijn zegel gedrukt heeft, het zegel van de Heilige Geest.


Als tweede, en daar gaan we dan volgende week op verder: Jezus gééft niet alleen het brood dat blijft, Jezus is Zélf het Brood dat blijft. Jezus zelf is het Brood dat leven is en leven geeft, eeuwig leven aan de wereld. Jezus grijpt vooruit op de Eucharistie. Dat vraagt geloof en dat geloof gaat diep.


Jezus zegt: Wie in Mij gelooft! Jezus zegt niet: ‘Wie Mij gelooft’, maar ‘Wie ín Mij gelooft’.

In Jezus geloven is: Jezus liefhebben! Jezus zal ons Gods liefde openbaren bijzonder op het kruis, waar Hij zijn leven geeft voor zijn vrienden, voor hen die in Hem geloven. Die liefde, Gods liefde, kun je alleen maar zien en ervaren je Jezus echt liefhebt. Als je Jezus niet liefhebt wordt Hij afgedaan als een leugenaar, een verleider of misdadiger.


Wie in Mij gelooft, wie Mij liefheeft: komt tot Mij! Daarom zijn wij ook hier. Liefde brengt immers bij elkaar. Wie tot Mij komt, zal door Mij gevoed worden, Hij zal geen honger meer hebben. Want Ik ben het voedsel dat blijft en niet vergaat, voedsel dat verzadigt.

En ook: Wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst krijgen. Daar grijpt Johannes terug op het gesprek van Jezus met de Samaritaanse vrouw bij de bron van Jacob. Jezus is de bron van levend water, niet van het water van deze wereld, maar van het water dat van God komt, de Heilige Geest.

Haast u tot Hem, Hij verzadigt ons, Hij houdt ons in leven, LEVEN met hoofdletters. Vrede, vreugde, liefde. Vandaag en tot in eeuwigheid. Amen.