Preek van de week

Preek weekend 11-12 juli, 15e zondag in het jaar (A), Mt 13, 1-23, Parabel van het zaad.

Broeders en zusters in Christus:

Deze parabel van het zaad zal bij velen van ons wel bekend zijn. Jezus zelf geeft uitleg wat Hij met deze parabel bedoelt. En dan denk ik bij mijzelf: ‘Wat moet ik er dan nog over zeg-gen?’ Als je dat denkt, dan is dat het signaal om juist goed te luisteren, want anders stomp je af. Wie oren heeft, hij luistere.

Laten we eerst eens kijken naar de situatie. Op een dag heeft Jezus zijn huis verlaten en Hij zit aan de oever van het meer. En dan denk ik dat het een mooie zomerse dag is, het is nog vroeg, het is nog stil, de zon is net op, en Jezus geniet van de schoonheid van de schepping. Hij ziet Gods grootheid in de schepping: God heeft dat alles gemaakt. Hij heeft dat alles aan ons gegeven, wij mogen er in staan. Jezus wordt innerlijk blij bij het zien van Gods wondere daden en Hij dankt God en komt tot aanbidding. Dan komen mensen van alle kanten naar Hem toe zodat Jezus genoodzaakt wordt in een bootje te stappen. Je zou zeggen: weg rust. Jezus grijpt echter de kans aan om te getuigen van zijn volheid van Gods grootheid. Hij doet dat door gelijkenissen. Over de hoofden van die mensen heen spreekt Jezus nu die vreug-devolle boodschap tot ons.

Als Jezus de parabel verteld heeft, komen zijn leerlingen Hem vragen: "Waarom spreekt Gij tot hen in gelijkenissen?" En dan geeft Jezus als antwoord: "Aan u is het gegeven de gehei-men van het Rijk der hemelen te kennen, maar aan hen is het niet gegeven.” Bij dat ant-woord wil ik stil blijven staan. Wat bedoelt Jezus met ‘het kennen van de Geheimen van het Koninkrijk’?

Bij een geheim denken we aan zaken die vertrouwelijk moeten blijven en die anderen niet mogen weten. Maar Jezus is toch gekomen om aan de wereld het Koninkrijk van God te openbaren? Geheimhouding, niet mogen weten, kan dus niet de bedoeling zijn. Een geheim leer je kennen als het je verteld wordt. Voor iemand aan wie geheimen nooit verteld zijn, blijven geheimen dus verborgen.
Jezus openbaart de geheimen van het Koninkrijk der hemelen. Wat zijn die geheimen van het Koninkrijk? De apostel en evangelist Johannes zegt in zijn Evangelie: ‘Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die in de schoot des Vaders is, Hij heeft Hem doen ken-nen.’ Jezus leert ons God kennen. God zelf is het geheim van het Koninkrijk. Het gaat erom om dat wij God leren kennen. Dat vraagt iets van de luisteraar: óf je luistert en hóe je luis-tert. Daarover gaat deze parabel. Jezus zegt eigenlijk, dat veel mensen maar heel slecht luis-teren en daardoor God niet kennen. Kijk maar om je heen. Daarom: wie oren heeft, hij luis-tere.

Het zaad staat beeld voor het woord van God. Dat woord van God moet gehoord worden, meer nog het moet in ons hart worden opgenomen. We herinneren ons Maria: ‘Zij bewaar-de al de woorden in haar hart en overwoog ze bij zichzelf’. We mogen ook de apostel Paulus in herinnering roepen. Hij heette voor zijn bekering Saulus en heeft voor zijn bekering de Kerk vervolgd. Voor hem was het christendom een gevaarlijke joodse sekte die uitgeroeid moest worden. Hij had dus wel van Jezus gehoord, maar het Woord van Christus was niet bij hem binnengekomen. Het zaad viel bij hem op een kale rots. Daarom hij werd een ver-volger.

Het woord van God moet in ons hart bewaard worden en als een zaad ontkiemen om vruchten te kunnen voortbrengen. We moeten ons realiseren dat dat aandacht vraagt. Het vraagt rust en stilte, tijd en geduld. Een zaadje is niet van de ene op de andere dag een vol-wassen plant.

Nu zijn er mensen die je uitlachen als je Christus verkondigt en in het ergste geval, zoals Sau-lus, je vervolgen. Zij hebben geen boodschap aan Jezus Christus en zijn kerk. Zij verschuilen zich bv. achter de misstanden binnen de kerk als een excuus om niet te luisteren. Zij kennen God niet en willen God ook niet kennen want dan moeten ze zich bekeren en dat willen ze niet. Zij weten dus ook niet hoe groot Gods barmhartigheid is voor zondaars. Welk een barmhartigheid heeft God niet aan bv. Paulus, maar ook aan Petrus bewezen. Bij deze men-sen valt het zaad op de rotsen van hun hart. De duivel rooft het zaad weg en voor hen blijft het rijk der hemelen, blijft God verborgen.

Mensen die ondiepe grond zijn, dat zijn de mensen voor wie het geloof en het kerkelijk le-ven vooral leuk moet zijn. Zij hebben verder geen diepgang. Het moet voor hen flitsend zijn, het moet hun een kick geven als bij een popconcert of iets dergelijks. In hun ogen is het al-tijd hetzelfde. Maar dat komt omdat het woord hun niets zegt. De Eucharistieviering is saai en dan is het op een gegeven moment niet leuk meer. En het is al helemaal niet leuk meer als je er iets voor moet doen, als je er iets voor moet laten, of als je er iets voor over moet hebben.

Tussen distels en doornen zijn mensen die zich actief inzetten voor Christus en zijn Kerk. Maar zij hebben veel zorgen en ergernissen. Ze mopperen op alles en nog wat, op de kin-deren en de kleinkinderen, die niet gedoopt zijn, dat de kerk meer naar de mensen moet luisteren, de kerk moet met de tijd meegaan, enz. enz. Ze raken teleurgesteld en ontevreden omdat het niet gaat zoals zij het willen. Dat is het zaad dat tussen distels terecht gekomen is. Het woord van Christus wordt niet echt gehoord, het verstikt en kan daardoor geen vrucht voortbrengen. De blijdschap van het geloof is weg, het gelovige leven is een gewoonte ge-worden, een gevoel of een plicht. Maar met klagen en mopperen ben je niet uitnodigend en zul je niet evangeliseren.

Het zaad dat in goede grond is gezaaid, krijgt alle kans om op te groeien met die kiemkracht die het zaad in zich heeft. Het groeit zoals het zaad het wil. Het krijgt alle ruimte en alle aan-dacht. Mensen die zich laten leiden en vormen door het zaad, door het woord van God die dragen veel vrucht. Zij zijn altijd nieuw, zij groeien en bloeien, zij zien toekomst en zij heb-ben altijd nieuw zaaigoed. Dat zijn mensen die tijd nemen om te bidden, om te mediteren, om de sacramenten te vieren, om God de plaats in het leven te geven die Hem toekomt. Zij leven vanuit de persoonlijke ontmoeting met Christus. Die ontmoeting vindt plaats in het hart. Zij verheugen zich, zoals Paulus zegt, altijd in de Heer. Christus is hun blijdschap. Zij krijgen kracht naar kruis.
Zij zeggen: Ik heb alles aan God te danken: mijn leven, mijn werk, mijn familie, mijn gezin, mijn bezit. Ik heb er voor gewerkt, maar alles is mij gegeven, alles is een geschenk van God. Zij zijn dankbaar en danken God iedere dag in hun gebeden. Zij ervaren die vreugde die Je-zus min of meer ervoer toen Hij daar alleen aan de oever van het meer zat. Dat is het ge-heim wat Jezus ons wil openbaren en waarin Hij ons wil laten delen. Daarom: wie oren heeft, hij luistere.

Waar is nu het Koninkrijk? Juist daar is het Koninkrijk van God. Het is daar waar het Woord van God gehoord wordt, waar God zijn plaats krijgt, waar Hij in liefde welkom is. Daarom kan Paulus zeggen: Verheugt u in de Heer te allen tijd. De Heer is nabij. Hij is in uw hart. Hoort wat God aan mij gedaan heeft. Die vreugde, die goddelijke vreugde, die werkt aanste-kelijk. En die vreugde verdraagt alles en verduurt alles. Die vreugde die God ons geeft, dat is onze kracht, Hij maakt ons altijd nieuw. Dan ben je zelf zaad geworden dan kun je zaaien en evangeliseren, zeggende God is altijd met ons. Dat is het geheim van het koninkrijk. Wie oren heeft Hij luistere. Amen.