Preek van de week

Preek weekend 26-27 november

Lezing uit de profeet Jesaja. 2,1-5
Lezing uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome. 13, 11-14
Lezing uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Mattheüs 24, 37-44

Broeders en zusters in Christus:

De Advent is de liturgische tijd bij uitstek om onze ogen te richten op het doel van ons leven; dat wij blij en vol vertrouwen uitzien naar de komst van de Heer. De heilige Augustinus spreekt van een drievoudige komst. De eerste komst is in het vlees, toen Hij als mens geboren werd. De tweede komst is de wederkomst, op het einde der tijden en het oordeel, en de derde komst is vandaag, in de viering van de Eucharistie. Vandaag, op de eerste zondag van de Advent, richten wij in de liturgie onze ogen op zijn tweede komst, Zijn wederkomst, zoals wij gelovig belijden: Hij zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen levenden en doden.

In de eerste lezing horen we in een profetie van Jesaja de opgang van de heiligen naar de hemel. Een profetie komt niet uit de lucht vallen. Jesaja ziet jaarlijks pelgrims uit alle stammen van Israël naar Jeruzalem optrekken. Hij ziet de hele schare mensen in vreugde en jubel opgaan naar de tempel van de Heer. En dan ziet hij als in een visioen: Op het einde der tijden zullen niet alleen de stammen van Israël, maar alle volken en naties en talen optrekken naar de berg van de Heer, naar het huis van God. En hij roept uit: Huis van Jakob, kom, laat ons wandelen in het licht van de Heer. Jakob is de andere naam voor Israël.

De God van Israël, de God van Jakob, is de ware God. God woont in zijn heilige tempel op de berg Sion. Daar uit Sion komt de Wet, het Woord van de Heer komt uit Jeruzalem. Israël is het uitverkoren volk aan wie God Zich als eerste openbaart. Maar eens worden alle volkeren, die mee optrekken, opgenomen in het Verbond, dat God met zijn volk Israël gesloten heeft. Nu kent alleen Israël nog de ware God, maar het volk Israël krijgt de opdracht en heeft de verantwoordelijkheid om alle volken der aarde op te nemen in hun Verbond met God.

We zien dat allen die ingaan in het Verbond, die de heilige berg opgaan, vol jubel zijn. Psalm 122 bezingt deze opgang: ‘Hoe verblijd was ik toen men mij zeide, wij gaan op naar het huis van de Heer. Nu mag mijn voet, Jeruzalem, uw poorten binnentreden. Zij gaan de Naam van God vereren, daar staan de zetels van het recht en daar is vrede’. God is de rechter en daar is vrede. Een vrede zoals Jesaja zegt waarbij: Zwaarden worden omgesmeed tot ploegijzers en speren tot sikkels. Niemand zal nog leren oorlog voeren.
Binnengaan in het Verbond van de Heer is het eeuwig leven binnengaan. En dat begint vandaag. Binnengaan in het Verbond is de Heer liefhebben en uit liefde voor Hem zijn geboden onderhouden. Daar is geen plaats voor vrees. De nieuwe toekomst is weggelegd voor allen die zijn Verbond bewaren, zijn woord behartigen en het trouw volbrengen.

In de verkondiging staan wij niet vaak stil bij de wederkomst en het oordeel. Bij het woord oordeel worden wij angstig. We zijn er huiverig voor. De evangelist Johannes zegt echter: “Liefde laat geen ruimte voor vrees. Vrees duidt op straf en wie vreest is niet volgroeid in de liefde.” Als wij bevreesd zijn voor het oordeel, dan zijn wij niet volmaakt in de liefde. Wij hebben terecht vrees als wij onze zonden meer beminnen dan Christus. Deze zondag is daarom een oproep tot bekering tot de Heer, die niets dan liefde is, en bidden om vergeving.

In het Evangelie vergelijkt Jezus zijn wederkomst met twee beelden. De eerste als in de dagen van Noach. De mensen konden niet vermoeden dat de zondvloed over hen zou komen. Noach was rechtvaardig in Gods ogen en Noach werd gered. Ieder die rechtvaardig is in Gods ogen zal gered worden. Ieder die, zoals Noach, naar het woord van God luistert, het behartigt en trouw volbrengt, is rechtvaardig in Gods ogen en zal gered worden. Opnieuw een reden om ons te onderzoeken hoe wij tegenover God en zijn gebod staan.

En dat moet je niet uitstellen. Want het tweede beeld is die van de Mensenzoon die komt als een dief in de nacht. Dus je kunt niet zeggen, het zal nog wel even duren, Hij kan aanstonds komen. Jezus is de dief die in de nacht komt om ons te stelen. Dan zal Hij ons brengen naar de menigte die optrekt naar het huis van de Heer. Bidt dat Hij ons steelt. In ieder van ons zit goed en kwaad. Dat zal uiteindelijk niet maatgevend zijn. Er staat iets meer bij: Weest waakzaam! Daar gaat het om. En wat is dat: waakzaam zijn?

Twee mensen doen hetzelfde werk, de één wordt meegenomen de ander niet. Wat is het verschil? De één wordt gestolen omdat hij waakzaam is. Je bent waakzaam als Christus door het geloof leeft in je hart. Dat kun je aan de buitenkant niet zien, want ze doen hetzelfde werk. Het zit aan de binnenkant.

Waakzaam zijn is groeien in liefde voor Hem die ons tot het uiterste toe heeft liefgehad. Waakzaam zijn is leven vanuit dat Nieuwe Verbond, in totale overgave en in liefde met Jezus Christus die zijn bloed heeft vergoten voor onze zonden. Ook al lig je in je bed en slaap je, dan ben je toch waakzaam want Jezus Christus leeft in je hart. Laat Hij mij dan maar komen stelen, Hij brengt mij in zijn heerlijkheid in het huis van de Vader.

Maria is ons aller voorbeeld. Zij zag uit naar zijn eerste komst, naar de geboorte van haar Zoon, Gods Zoon. Christus gaat nu aan het hoofd van alle mensen jubelend de berg op naar het huis van de Vader. Maria is de tweede. Daarom wenden wij ons ook tot haar en zeggen: Maria zonder zonde ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot u nemen. Amen.