Preek van de week

Preek weekend 18-19 september

Eerste Lezing uit het boek der Wijsheid 2, 12. 17-20
Tweede Lezing uit de brief van de heilige Apostel Jacobus 3, 16 - 4, 3
Lezing uit het Evangelie volgens Marcus 9, 30-37

 Broeders en zusters in Christus:

Vandaag horen we opnieuw Jezus zijn lijden voorspellen. Vorige week was het de eerste keer, vandaag de tweede keer en dan komt er nog een derde keer waarin de moeder van de apostelen Johannes en Jakobus aan Jezus vraagt of haar zonen in zijn koninkrijk aan Jezus linker en rechter zijde mogen zitten.

Wij weten allemaal wat er met Jezus gebeurd is, maar in het evangelie moet het nog allemaal gebeuren. De apostelen weten dus nog niet wat er gaat gebeuren. Zij zijn Jezus gevolgd met bepaalde verwachtingen en hebben daarom alles achtergelaten. Jezus moet hun verwachtingen doorbreken en gaat zijn leerlingen voorbereiden op zijn aanstaande lijden en sterven. Daarom neemt Hij de leerlingen onderweg apart en begint Hij hen daarover te onderrichten. Jezus is leraar. In het begin van het Marcusevangelie staat dat Jezus spreekt niet zoals de Farizeeën en de Schriftgeleerden maar als Iemand met gezag en dat Hij een nieuwe leer verkondigt. Jezus onderwijst nu de leerlingen inderdaad iets nieuws. Maar de leerlingen zijn hardleers, gezien de reactie van de apostelen.

Het is moeilijk, en ik denk dat dat voor veel mensen geldt, om iets dat je geleerd hebt af te leren. Bepaalde gewoonten en gebruiken kunnen zo ingebakken zitten dat je ze er moeilijk uit krijgt. Dat is één.
Maar het is ook moeilijk om een verwachtingspatroon te doorbreken. Je hebt je zinnen, je hoop en verlangen eenmaal op iets gezet, en dan is het moeilijk om daarvan af te geraken. Je kunt bv. verwachtingen hebben van je kind, en altijd gedacht hebben dat hij of zij dit of dat zou doen of worden, en dan doet je kind totaal iets anders. Dat is soms moeilijk te verwerken. Zo kunnen we ook van elkaar verwachtingen hebben, we hoeven alleen maar te kijken naar onze huidige politiek. Mensen en beslissingen, maar ook gebeurtenissen en situaties kunnen je zwaar tegenvallen, waardoor een verwachtingspatroon of een verlangen vervliegt. Dan kun je een aantal reacties verwachten: Je wil het niet horen of zien, of je wordt heel boos, of je trekt er tussenuit. Je kunt het ook op je in laten werken, het aanvaarden en dragen, alles loslaten en je aanpassen. Dat gaat mogelijk gepaard met pijn, woede, verdriet en tranen.

Vorige week reageerde Petrus heel boos. Hij begon Jezus ernstig daarover te onderhouden: Dat verhoede God. Maar Petrus kreeg van Jezus een geweldige uitbrander: ‘Ga weg Satan, jij laat je leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil’.
Vandaag horen we dat de apostelen deze lijdensvoorspelling niet begrijpen en ervoor terugschrikken Jezus erover te ondervragen. Enerzijds om geen uitbrander te krijgen, maar misschien ook omdat ze het niet willen weten. Zo steken ze als het ware hun kop in het zand.

Om de apostelen te kunnen begrijpen moeten we weten wat hun verwachtingspatroon was. Kijken we naar het begin van Het Marcusevangelie. Marcus begint zijn evangelie met deze zin: “Begin van de Blijde Boodschap van Jezus Christus, de Zoon van God”. Het is dus een blijde boodschap en Jezus is de Zoon van God! Wij weten hoe het afloopt, maar als je deze zin voor het eerst leest, dan hoor je: een Blijde Boodschap, en: dat Jezus de Zoon van God is. Wat zijn dan je gedachten? Je eerste gedachte is niet dat bij die Blijde Boodschap lijden en kruis hoort!
De apostelen hebben alles achtergelaten en zijn Jezus gevolgd, wel met de bedoeling er beter op te worden. Want anders doe je dat niet. En wat zijn dan hun verwachtingen? We hoorden Petrus het vorige week belijden: Gij zijt de Messias, de Zoon van God. En wat zijn de gedachten die er dan erachter leven? De Messias zal het Koninkrijk van God op aarde vestigen. Dat zal een koninkrijk van waarheid en heiligheid, van gerechtigheid, liefde en vrede zijn. Het land zal bevrijd zijn van de romeinen die het bezetten. Met deze lijdensvoorspelling zien de apostelen hun toekomstvisie van dat koninkrijk in duigen vallen. Daarom willen ze dat niet horen. Ze houden zich vast aan hun eigen ideeën en maken vervolgens ruzie wie van hen in het koninkrijk, dat zij in hun gedachten gemaakt hebben, de grootste zal zijn.

Bovendien heeft Jezus door zijn wonderen laten zien dat alles en iedereen aan Hem onderdanig is. Hij geneest zieken, doet doden opstaan, de wonderbare broodvermenigvuldiging, de storm op het meer, Hij loopt over het water, Hij geneest de blindgeborene, Hij drijft duivels uit. Hij is almachtig. Kan Hij dan niet voorkomen dat Hij in de handen van tegenstanders valt en moet lijden en sterven? Is dit nu de wil van God? Dit gaat er slecht in. En misschien ook wel bij ons. En dat stelt ook ons voor een probleem. Want nu merken wij dat ook wij gevangen zitten in ons eigen denken en gedachtenpatroon. God moet toch onze problemen oplossen?

En als Jezus vraagt waarover zij gesproken hebben zwijgen ze, staan ze met een mond vol tanden. Ze hebben niet verder nagedacht noch gesproken over wat Hij zojuist geleerd heeft, maar zij hebben zich laten leiden door hun eigenverlangens, gedachten en verwachtingen.

Jezus gaat nu opnieuw leren. Hij gaat zitten. Een leraar in die tijd ging zitten op zijn leerstoel. “Wil je de grootste zijn dan moet je dienaar van allen zijn”. Laten we dan ook denken aan Jezus die als een slaaf de voeten van de apostelen waste, die gekomen is om te dienen en niet om gediend te worden. Jezus plaatst als voorbeeld een kind in hun midden. Een kind neemt alles voor waar aan, wat zijn vader en moeder hem leren. Het kind heeft wat dat betreft het volste vertrouwen in zijn vader en moeder. Een kind weet ook dat vader en moeder voor hem zorgen en dat hij bij zijn ouders veilig en geborgen is. Zo weet Jezus zich veilig en geborgen bij zijn hemelse Vader. Dat geloof wil Jezus ook ons bijbrengen. Als wij Hem aanvaarden als een kind, dan is God met ons. En wat er ook gebeuren zal, wij zijn veilig in Gods armen, en hebben wij met Jezus deel aan de verrijzenis. Dat kinderlijke vertrouwen moeten wij nu in Jezus hebben en dat moeten we van Jezus leren. Het is een vertrouwen, een geloof dat uitstijgt over de dood heen. Dan ben je een rijk mens.

Maria had dat vertrouwen. Daarom werd zij uitverkoren om Moeder van God te worden. Onder het kruis stond zij als moeder van smarten, maar haar vertrouwen was niet gebroken. Daarom kunnen wij haar aanroepen als de Troosteres der bedroefden en wijst zij ons, als koningin van hemel en aarde, het koninkrijk van God. OLV ter Eik: bid voor ons. Amen.