Preek van de week

Preken Aswoensdag 14 februari en weekend 17-18 februari 2018 (Scrol naar onderen)

Broeders en zusters in Christus:

De heilige Veertigdagentijd is begonnen. De veertigdagentijd is een tijd van genade die God ons geeft. De veertigdagentijd is er voor ons en niet voor God. De veertigdagentijd is er opdat wij meer mens worden. Het is een tijd om ons te onderzoeken wat er aan mij verbeterd kan worden, om meer mens te zijn, om menselijker te zijn. Er zijn mensen die aan het begin van een nieuw jaar goede voornemens maken. Zij maken voornemens om beter mens te worden, om kwalijke gewoontes af te zweren. Ook dat is vasten, maar daar komt meestal niets van terecht. Waarom niet? Omdat het niet met gebed gepaard gaat.

De veertigdagentijd is er ook om te groeien in geloof in Jezus Christus. Zonder gebed komt daar evenmin iets van terecht. De veertigdagentijd is dus een tijd van meer toeleggen op het bidden om meer mens te worden en om te groeien in geloof.

De veertigdagentijd doet ons allereerst beseffen dat wij allemaal zondaars zijn: dat wij onvolmaakte mensen zijn, dat wij allemaal ons beteren moeten en dat wij allemaal vergeving nodig hebben. Als je geen zondaar zou zijn, dan ben je heilig, volmaakt en heb je ook geen vergeving nodig. Maar dan heb je ook Jezus Christus niet nodig.

Jezus Christus is gekomen om ons onze zonden te vergeven, opdat wij door de vergeving van de zonden de hemel kunnen binnengaan. Of zoals Jezus het zelf zegt: Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij. God is heilig, God is barmhartig, God is liefde. Jezus heeft laten zien wat heiligheid is, wat barmhartigheid is, wat liefde is. Alleen een mens die is als God, die beeld en gelijkenis van God is in heiligheid, barmhartigheid en liefde kan de hemel binnengaan.

Wanneer vergeeft Christus onze zonden? Hij vergeeft ons als wij serieus werk maken om meer mens te worden. Jezus zelf is de volmaakte mens, Hij is ons voorbeeld. Hij leert ons hoe wij volmaakt mens moeten zijn. Hoe meer wij op Hem lijken des te meer mens zijn wij. Wij horen hoe wij beter mens worden in de zaligsprekingen: om arm van geest te zijn, om zachtmoedig te zijn, om vredestichters te zijn, om stand te houden in tijden van benauwenis. Jezus roept ons op om goed te zijn voor alle mensen, dus ook voor onze vijanden. Er valt nog zoveel te leren en nog zoveel aan ons te verbeteren.

Maar Jezus is ook zo goed om ons te vergeven als wij Hem om vergeving vragen. Daarom kunnen wij Hem liefhebben en groeien in liefde voor Hem omdat Hij ons altijd wil vergeven. Hij laat ons niet vallen door onze zonden. Hoe anders is de wereld. Gisteren hebben wij het nog gezien in de politiek. Christus is al onze vreugde.

De wereld moet aan ons kunnen zien dat wij christenen zijn. Verbeter de wereld en begin met jezelf. Maar verbeter jezelf zoals God dat wil en niet zoals jij vindt dat het moet. Als je de wereld wil verbeteren en jezelf wil verbeteren naar eigen inzichten, dan is dat ijdel, dat is gebakken lucht, dat is ledigheid en gedoemd te mislukken. Daarom is nodig dat wij naar Christus luisteren, dat wij contact met Hem zoeken in het bidden, in het vieren van de sacramenten. Zonder gebed en sacrament is er geen contact met God.

Zonder contact met God doe je het overigens gauw goed, want God is niet je referentiepunt, je hebt jezelf tot referentiepunt gemaakt. Dan heb je Jezus Christus en zijn vergeving ook niet nodig, je hebt jezelf tot God gemaakt. Maar zonder Christus kom je de hemel niet binnen.

De veertigdagentijd is een tijd van vasten. Vasten is meer dan minder eten. Vasten is sterven aan slechte gewoontes en eigenschappen. Vasten is meer mens worden en dat betekent gebroken relaties herstellen.

Het is een boete tijd. Boeten betekent oorspronkelijk kapotte visnetten herstellen. Boete doen is heel maken wat kapot gegaan is. Wij mensen vormen een sociale gemeenschap. Wij zijn geroepen om in liefde en vrede met elkaar te leven. Daar moet veel aan gewerkt worden. Het is onze wil dat wij onze gebroken relaties met God en met de medemens herstellen. De Veertigdagentijd is ahw een tijd om nieuw geboren te worden.

Aalmoezen geven is meer dan geld geven. Het is tijd en vrijmaken en je inzetten voor de opbouw van het Koninkrijk van God.

En kijk eens hoe moeilijk het is om van minder goede, ingeslepen gewoontes afscheid te nemen. Verbetering om meer mens te worden volgens Gods bedoeling vraagt om te luisteren naar wat Hij ons leert. Bidden is op de eerste plaats luisteren naar God. Als wij naar God luisteren zoals Hij door Jezus Christus en zijn Kerk tot ons spreekt en zijn geboden onderhouden, dan zien we waarin we tekortschieten. Gelukkig kunnen wij altijd om vergeving vragen en om kracht om nieuwe mensen te worden. De veertigdagentijd wordt dan een hele mooie, een genadevolle tijd, om de vreugde van de vergeving te genieten door de vergeving van de zonden door het lijden en het kruisoffer van Christus.

Vandaag zetten we een eerste stap. We nemen afscheid van de oude mens. Dat doen we door met gewijde as getekend te worden. De as is gemaakt door de gewijde palmtakken waarmee we Christus vorig jaar op Palmzondag hebben toegejuicht te verbranden. De as is het teken van de vergane glorie, teken dat alles voorbijgaat.

Door ons te tekenen met de gewijde as willen wij afscheid nemen van onze oude mens die voorbijgaat. Wij belijden onze zonden en willen gezegend worden om in Christus nieuw geboren te worden. Moge God ons daartoe zegenen, moge Hij onze kracht zijn. Moge Hij deze veertigdagentijd tot een heilige tijd maken, vol van genade, waarin wij groeien in liefde tot God en de medemens door vasten, aalmoezen en gebed.

We mogen dan bij de wereld opvallen dat wij christen zijn. Niet om door de wereld geprezen te worden, maar door in ons eigen vlees zelf een lofprijzing aan God te zijn. Amen.

Preek weekend 17-18 februari 2018

Broeders en zusters in Jezus Christus,

Op de eerste zondag van de veertigdagentijd horen we ieder jaar de bekoring van Jezus in de woestijn. Jezus moet de duivel wederstaan. In het evangelie van Marcus horen we niet welke verleidingen het zijn, wel in Mattheüs en Lucas: Stenen in brood veranderen, van de hoge tempel afspringen en de duivel aanbidden in ruil voor de koninkrijken der aarde.

Het evangelie van de bekoring staat op de eerste zondag van de veertigdagentijd. Daarmee aangevend: als we Christus willen volgen in zijn vasten, dan moeten we weten dat ook wij door de duivel bekoord zullen worden en dat we hem moeten weerstaan, dat we de macht van het kwaad, of van de kwade, moeten overwinnen.

In het evangelie is Jezus is zojuist door Johannes de Doper in de Jordaan gedoopt. Direct na zijn doopsel gaat Jezus naar de woestijn om veertigdagen te vasten. In Zijn doopsel heeft Jezus de Vader horen zeggen: "Gij zijt mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in U heb Ik welbehagen." Dat is Jezus: Hij is de veelgeliefde van de Vader. Daarom is de duivel zo jaloers op Hem. Daarom probeert Hij Jezus met van alles te verlokken, om Hem van de Vader los te weken, om Hem uit de liefde van de Vader te verleiden, om en Jezus in zijn macht te krijgen. Het is de duivel niet gelukt Jezus te verleiden. De duivel gaat nu heen, maar hij zal proberen Jezus op een andere manier klein te krijgen. De duivel denkt: niet goedschiks. dan kwaadschiks. Deze strijd eindigt met Goede Vrijdag op het kruis. Jezus laat tot het uiterste toe zien dat Hij niet te verleiden is tot ongehoorzaamheid aan de Vader.

Jezus is de veelgeliefde van de Vader en Hij blijft de Vader trouw tot in de dood. Nu Jezus in de woestijn de duivel heeft wederstaan begint Hij met zijn openbaar optreden. Als eerste zegt Hij: 'Het Rijk Gods is nabij, bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap, gelooft in het Evangelie'. Jezus roept ons op tot gelovige houding. Als je Jezus geen geloof geeft, dan is zijn prediking tevergeefs, dan valt het zaad op rotsgrond en schiet het niet op.

Wat is die prediking? Wij zijn gedoopt, en zoals bij het doopsel van Jezus klinkt ook over ons die woorden: Gij zijt mijn veelgeliefde. Aan het begin van deze veertigdagentijd mogen wij ons realiseren dat wij, door ons doopsel, de veelgeliefde kinderen van God zijn, dat God ons met een oneindige liefde bemint. Laat dat in je doordringen. Je bent door God bemind. Dat is het allerbelangrijkste in ons leven.

Wat vindt de wereld belangrijk? Wij vragen als we iemand willen leren kennen: Wie ben je? Wat doe je? Waar woon je? Je bent iemand als je iets hebt. Je kunt trots zijn op wat je hebt, je kunt er mee pronken, je kunt het andere mensen laten zien, je kunt imponeren. Dan ben je iemand!

Je kunt ook trots zijn op wat je doet, of op wat je kunt. Kijk eens wat ik doe, kijk eens wat ik kan? Dan scoor je en ben je iemand!

Als mensen met roem en lof over je spreken, als mensen voor je applaudisseren. Dan ben je iemand. Daar zijn we erg gevoelig voor.

Omgekeerd wordt het duidelijker. Stel je voor dat je mensen uitnodigt voor een lekkere maaltijd. Je hebt je uiterste best gedaan. En alle gasten zeggen: je hebt geweldig gekookt. Het was echt lekker. Dan voel je je gewaardeerd. Maar als één iemand zegt: Ik vond het niet lekker, je kunt echt niet koken!, dan blijft die ene kritische opmerking hangen en kan de hele bijeenkomst, al je inzet voor jou verpestten. Die negatieve opmerking blijft veel langer hangen en dringt veel dieper door dan al die positieve complimenten. Daar zijn wij gevoelig voor. Wat vinden andere mensen van mij? Wat moeten ze wel niet van mij denken.

Maar: pas op! In al wat je hebt, in al wat je doet en hoe mensen over je spreken, schuilt een groot gevaar. Je steekt veel energie in om iets te hebben, iets te doen en iets te zijn. Maar als je dood gaat: heb je niets meer, doe je niets meer, en spreken de mensen jou geen lof meer toe. Dat alles gaat voorbij. Wat heb je dan aan je leven gehad? Daar zitten de bekoringen van de mens.

De duivel bekoort je daarin. Hij zegt: Verander stenen in brood: dan doe je wat! Spring naar beneden, engelen zullen je op handen dragen, de mensen zullen voor jou applaudisseren en met lof over je spreken. Dan ben je iemand. En: kniel voor mij neer, dan krijg je de koninkrijken der aarde: dan heb je wat.

In de veertigdagentijd betekent vasten: Niet opgaan in wat je hebt, niet opgaan in wat je doet, niet opgaan in wat mensen over je zeggen. Dat zijn allemaal leugens, die gelden allemaal voor dit leven en niet voor het eeuwige leven. Door daarin te investeren raak Je los van God.

Want weet je wie je bent? Weet je wat je hebt. Weet je wat je roem is? Dat je door het doopsel 'het veelgeliefde kind van God' bent. Dat is wat je bent. Alles gaat voorbij, maar zijn liefde gaat niet voorbij, die duurt eeuwig. God wil je in zijn liefde omarmen, Hij wil je voeden en sturen, zodat alles wat je hebt en alles wat je doet, gebeurt vanuit de liefde tot God en tot heiliging van de wereld.

Maak daarom in deze veertigdagentijd werk van je geloof als zijn veelgeliefde kind. Laat tot je doordringen dat je zijn veelgeliefde kind bent. Sta open voor de Blijde Boodschap. Je moet niet opgaan in de wereld, maar loskomen van de wereld door vasten en bidden en het vieren van de sacramenten. En als je groeit in de liefde voor God, die zichtbaar wordt in Jezus Christus, als je steeds meer zijn liefde, zijn genade ervaart en ziet, dan weet je met een innerlijke kennis: God, Jezus Christus, is het allerbelangrijkste in mijn leven. Hij is mijn leven, Hij is mijn eeuwig leven, Hij is mijn geluk.

De liefde voor Christus is alles wat je hebt en gaat alles te boven. Of met Paulus te spreken: Ik beschouw alles als vuilnis als het erom gaat Hem te winnen en één te zijn met Hem.

Ik wens ons allen een hele mooie veertigdagentijd toe. Amen.