Preek / Homilie op de Zesde Zondag van Pasen 9/10 mei 2026
Door Fr. Frank As
For English translation scroll down
Lezing uit de handelingen van de Apostelen. Hand., 8, 5-8. 14-17
Lezing uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus 1 Petr., 3, 15-18
Lezing uit het heilig Evangelie volgens Johannes. Joh. 14, 15-21
Broeders en zusters in Christus,
We lezen vandaag opnieuw uit de afscheidsrede van Jezus die Hij gehouden heeft tijdens het Laatste Avondmaal. Ik ken het verhaal van een man die de ziekenzalving ontvangen had en ging sterven. Hij was een vader van een groot gezin. Eén van zijn kinderen zei na de uitvaart tegen mij: Ons vader had voor ieder van ons een persoonlijk woord. Zijn vader had zijn kinderen lief en aan al zijn kinderen gaf hij een persoonlijke boodschap mee. Een van zijn zonen vertelde mij dat zijn vader tegen hem gezegd had: ‘Jongen, jij moet meer naar de kerk gaan’. Vader sprak liefdevolle en bemoedigende woorden, bezorgd om het geluk van zijn kinderen. De liefde van die vader voor zijn kinderen is waarachtig. Liefde en waarheid gaan samen. Gelijksoortige woorden spreekt Jezus tijdens het Laatste Avondmaal tot zijn leerlingen.
Hij zegt hun: Ik noem jullie geen dienaren meer maar vrienden. Dat verandert alles. Een dienaar doet wat van hem gevraagd wordt uit plicht en onderdanigheid. Als je tegen iemand zegt: Jij bent mijn vriend, dan zeg je veel, dan spreek je van hart tot hart. En vrienden hebben geen geheimen voor elkaar. Vriendschap is ook dat je om je vriend bezorgd bent, dat je hem met raad en daad bijstaat. Jezus zegt tegen zijn leerlingen: ‘Ik heb jullie alles verteld wat Ik van de Vader gehoord heb’. Jezus heeft geen geheimen voor zijn vrienden en dus voor ons. Maar ook zegt Jezus tegen zijn leerlingen en dus ook tegen ons, dat ze op Hem moeten vertrouwen, op Hem moeten bouwen: ‘Gelooft ook in Mij’. Jezus weet dat zijn leerlingen, zijn vrienden geen helden zijn. Ze zullen Hem op het moeilijkste moment in de steek laten. Juist daarom en omdat zij zijn vrienden zijn, spreekt Hij hen met een liefdevol hart bemoedigend toe. Zijn liefde voor hen is waarachtig. Door ons doopsel zijn ook wij de vrienden van de Heer, je kunt geen betere vriend hebben. Dat is de waarheid van het geloof.
Liefde, waarheid en leven horen bij elkaar. Jezus zegt: Als gij Mij liefhebt zult gij mijn geboden onderhouden. Het moge duidelijk zijn dat als je iemand echt liefhebt, dan doe je wat die persoon graag ziet en verlangt. Als je hem voortdurend tegen de schenen zou schoppen, moet je niet op zijn sympathie rekenen. Jezus liefhebben is je hart voor Christus openstellen en doen wat Hij gebiedt. Zijn geboden onderhouden klinkt op het eerste gehoor misschien gebiedend, alsof dat onze vrijheid zou inperken. Jezus zegt dat wij zijn geboden moeten onderhouden juist niet om ons te kleineren of te onderdrukken. Neen, Jezus wil ons iets heel verhevens schenken: namelijk de Geest van de waarheid.
De Geest van de waarheid kan alleen in de liefde tot Hem geschonken worden. De liefde voor Christus vraagt van ons dat wij onszelf verloochenen, dat wij onze gedachten, ideeën en principes opzij zetten om onszelf geheel in liefde aan Christus toe te wijden. Petrus kon de Geest van de waarheid nog niet ontvangen. Hij verloochende zichzelf niet, integendeel Hij verloochende Christus, en wel tot driemaal toe.
Om de Geest van de waarheid te kunnen schenken moet Jezus sterven en verrijzen. Hij moet eerst naar de hemel opstijgen. Daarna pas kan Hij van de Vader de Heilige Geest schenken. Wij zijn ontvankelijk voor de Geest van de waarheid als wij onszelf laten leiden door naar Jezus te luisteren en te doen wat Hij zegt. Dat vraagt dat wij afstand nemen van wat wij zelf willen en van wat wij menen. We moeten onze eigen wil loslaten om de wil van Christus, de wil van God, te doen. Dat is jezelf verloochenen. Om met een zaligspreking te spreken: Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien. Een zuiver hart is een hart dat verlangt Gods wil, Gods geboden, te volbrengen en zich geheel toelegt om God te behagen. Dan sta je wel in schril contrast met de wereld, die zich laat leiden door eigen gevoelens en verlangens en die dus niet openstaat voor het woord van Christus en Gods geboden.
Jezus zegt: Ik ga heen, maar Ik keert tot u terug. Hij zal echter anders naar zijn leerlingen terugkeren dan de leerlingen nu denken. Jezus zal terugkeren in en door de Heilige Geest. Die Heilige Geest wordt uitgestort in het hart van de mens. De Liefde is de Enige die mag doordringen tot in het diepste van het hart. De Heilige Geest, de Liefde van God, de Liefde van de Vader en de Zoon, zal na Pinksteren uitgestort worden in het hart van de apostelen. De apostelen kunnen nu nog geen enkele weet van hebben hoe dat zal zijn en kunnen het nu nog niet begrijpen. Wij inmiddels wel!
Als die Heilige Geest in het hart van de leerlingen wordt uitgestort, neemt God zelf bezit van hun hart. Twee verzen verder zegt Jezus het nog sterker: “Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden, mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen.” De Vader en de Zoon zullen dan in liefde bezit nemen van het hart van die mens door de Heilige Geest.
Als God van het hart bezit neemt, zal het hart God kennen. Die mens ervaart dat God een en al liefde is en hem met een oneindige liefde bemint. Hij weet met innerlijke zekerheid dat God bestaat, dat God er is. Hij weet dat Jezus in de Vader en de Vader in de Zoon is. Dit is de Geest van de waarheid. De Geest van de waarheid heeft hem de waarheid van God geopenbaard, maar ook de waarheid wie hij is, dat hij kind van God is en dat het rijk van God nu in hem gekomen is. Of zoals Jezus zegt: Op die dag zult gij weten, dat Ik in mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u. Dan zult gij Mij niets meer vragen. Het hart loopt dan over van goddelijke vreugde. Een vreugde waarvan Jezus gezegd heeft: Dit zeg Ik u opdat mijn vreugde in u moge zijn en uw vreugde volkomen moge worden. Het hart is ook in vrede, een goddelijke vrede. Of zoals Jezus zegt: Vrede laat ik u na, mijn vrede geeft Ik u. Niet zoals de wereld die, geef Ik hem u. Dan is het Pinksteren in het hart van de mens.
Dat is de Geest van de waarheid, door wie God Zichzelf aan ons openbaart, door zijn Zoon. De Geest van de Waarheid laat weten dat God in ons zijn verblijf genomen heeft en dat Hij woont in het diepste van ons wezen. De Geest van de waarheid doet ons kennen hoezeer wij door God bemind zijn, dat God één en al liefde is, dat Hij de zondaar bemint. Dat is de waarheid. Geen enkele zondaar is zonder toekomst en geen enkele heilige is zonder een verleden.
Laten wij het woord van de Heer ter harte nemen, Hem liefhebben opdat de Geest van God, de Geest van de waarheid die ons al gegeven is in ons Doopsel en Vormsel opnieuw in ons kan oplaaien en er in ons een nieuw Pinksteren kan opbloeien. Laten wij bidden: Kom, Heilige Geest, ontsteek in ons hart het vuur van uw liefde. Laten wij de houding van Maria overnemen die zei: Mij geschiede naar uw Woord. Laten wij luisteren naar het Woord van de Heer zoals zij dat deed. Zij verloochende zichzelf en daarom werd zij uitverkoren en kon zij door de Heilige Geest de Zoon van God ontvangen, eerst in haar hart en vervolgens in haar schoot. Toen jubelde ze het in vreugde uit in haar lofzang, het Magnificat. Onze Lieve Vrouw ter Eijk, bid voor ons. Amen.
Homily on the Sixth Sunday of Easter 9/10 May 2026
By Fr. Frank As
Reading from the Acts of the Apostles. Acts 8, 5-8. 14-17
Reading from the First Letter of Saint Peter the Apostle. 1 Pet., 3, 15-18
Reading from the Holy Gospel according to John. John 14, 15-21
Brothers and sisters in Christ,
Today we read again from the farewell discourse of Jesus that He gave during the Last Supper. I know the story of a man who had received the anointing of the sick and was going to die. He was a father of a large family. One of his children said to me after the funeral: Our father had a personal word for each of us. His father loved his children and he gave a personal message to all his children. One of his sons told me that his father had said to him: 'Son, you should go to church more'. Father spoke loving and encouraging words, concerned for the happiness of his children. The love of that father for his children is true. Love and truth go together. Jesus speaks similar words to his disciples during the Last Supper.
He says to them, "I no longer call you servants but friends." That changes everything. A servant does what is asked of him out of duty and submission. If you say to someone: You are my friend, then you say a lot, then you speak from heart to heart. And friends have no secrets from each other. Friendship is also that you are concerned about your friend, that you assist him with advice and assistance. Jesus says to his disciples: 'I have told you all that I have heard from the Father'. Jesus has no secrets from his friends and therefore from us. But Jesus also says to his disciples and therefore also to us, that they must trust in Him, build on Him: 'Believe also in Me'. Jesus knows that his disciples, his friends are not heroes. They will abandon Him at the most difficult moment. Precisely for this reason, and because they are His friends, He speaks to them with a loving heart of encouragement. His love for them is true. Through our baptism we too are the friends of the Lord, you cannot have a better friend. That is the truth of faith.
Love, truth and life belong together. Jesus says: If you love me, you will keep my commandments. It should be clear that if you really love someone, then you do what that person likes and desires. If you were to constantly kick him in the shins, you shouldn't count on his sympathy. To love Jesus is to open your heart to Christ and to do what He commands. Keeping His commandments may sound imperative at first hearing, as if it would limit our freedom. Jesus says that we should keep His commandments, not to belittle or oppress us. No, Jesus wants to give us something very exalted: namely the Spirit of truth.
The Spirit of truth can only be given in love for Him. The love of Christ requires us to deny ourselves, to set aside our thoughts, ideas and principles in order to consecrate ourselves completely to Christ in love. Peter could not yet receive the Spirit of truth. He did not deny himself, on the contrary, he denied Christ, and that three times.
In order to be able to give the Spirit of truth, Jesus must die and rise again. He has to ascend to heaven first. Only then can He give the Holy Spirit from the Father. We are receptive to the Spirit of truth when we allow ourselves to be guided by listening to Jesus and doing what He says. This requires us to distance ourselves from what we want and from what we believe. We must let go of our own will in order to do the will of Christ, the will of God. That is denying yourself. To speak with a beatitude: Blessed are the pure in heart, for they will see God. A pure heart is a heart that desires to accomplish God's will, God's commandments, and is wholly dedicated to pleasing God. Then you are in stark contrast to the world, which is guided by its own feelings and desires and is therefore not open to the word of Christ and God's commandments.
Jesus says: I am going, but I will return to you. However, he will return to his disciples differently than the disciples now think. Jesus will return in and through the Holy Spirit. That Holy Spirit is poured out into the heart of man. Love is the only One that is allowed to penetrate into the depths of the heart. The Holy Spirit, the Love of God, the Love of the Father and the Son, will be poured out into the hearts of the apostles after Pentecost. The apostles cannot yet have any idea of what that will be like and cannot understand it yet. We do now!
When that Holy Spirit is poured out into the hearts of the disciples, God Himself takes possession of their hearts. Two verses later, Jesus says it even stronger: "If anyone loves Me, he will keep My word, My Father will love him, and We will come to him and dwell with him." The Father and the Son will then take possession of that man's heart in love through the Holy Spirit.
If God takes possession of the heart, the heart will know God. That person experiences that God is all love and loves him with infinite love. He knows with inner certainty that God exists, that God is there. He knows that Jesus is in the Father and the Father in the Son. This is the Spirit of truth. The Spirit of truth has revealed to him the truth of God, but also the truth of who he is, that he is a child of God and that the kingdom of God has now come into him. Or as Jesus says: ‘In that day you will know that I am in my Father and you in me and I in you. Then you will ask me no more’. The heart then overflows with divine joy. A joy of which Jesus said: ‘This I say to you so that my joy may be in you and your joy may be complete’. The heart is also at peace, a divine peace. Or as Jesus says: ‘Peace I leave with you, my peace I give to you. Not like the world, I give it to you’. Then it is Pentecost in the heart of man.
That is the Spirit of truth, through whom God reveals Himself to us, through His Son. The Spirit of Truth makes it known that God has taken up residence in us and that He dwells in the depths of our being. The Spirit of truth makes us know how much we are loved by God, that God is only love, that He loves the sinner. That is the truth. No sinner is without a future and no saint is without a past.
Let us take to heart the word of the Lord, love Him in such a way that the Spirit of God, the Spirit of truth already given to us in our Baptism and Confirmation, may rekindle in us and a new Pentecost may blossom in us. Let us pray: Come, Holy Spirit, ignite in our hearts the fire of your love. Let us adopt the attitude of Mary who said: Let it be done to me according to your Word. Let us listen to the Word of the Lord as she did. She denied herself and therefore she was chosen and was able to conceive the Son of God by the Holy Spirit, first in her heart and then in her womb. Then she exulted in joy in her hymn, the Magnificat. Our Lady of Eijk, pray for us. Amen.