Preek van de week

Preek weekeinde 24-25 september

Lezing uit de Profeet Amos 6, 1a. 4-7
Lezing uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan Timóteüs. 1 Tim. 6, 11-16
Lezing uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas. Lc. 16, 19-31

Broeders en zusters in Christus,

De evangelielezing sluit aan op die van vorige week van de onrechtvaardige rentmeester. Jezus waarschuwt zijn leerlingen, en daarmee ook ons, om goede rentemeesters te zijn over wat God aan ons heeft toevertrouwd en niet te zijn zoals de farizeeën. De farizeeën sluiten mensen uit. Zij zien onheil als straf van God voor hun zonden. Het onheil, ziekte, armoede, honger enz. is het gevolg van je zonden, van je eigen schuld. Als God straft, waarom moeten wij dan met jou medelijden hebben en barmhartig zijn? Het is duidelijk dat Jezus dit denken wil doorbreken

De rijke heeft geen naam, maar wie is de rijke? Lucas is heel subtiel, maar een kenner ziet heel duidelijk wie ermee bedoeld wordt. De rijke is gekleed in purper en fijn linnen. Purper, een kleur rood, was de kleur van een koninklijk gewaad. Ook onze koning droeg bij zijn installatie als koning een hermelijnen mantel en de kleur van deze mantel is rood.
Maar purper was ook de kleur geworden van de hogepriesters, die in dienst staan van de Heer.

Het linnen was de stof van de tuniek, het onderkleed van de hogepriester. Voor een goede luisteraar staat die rijke, gekleed als koning en hogepriester, allereerst voor de religieuze leiders van het volk. Hier klaagt Jezus de farizeeën, de hogepriesters en de Schriftgeleerden aan, dat zij op een fout spoor zitten. Zij denken: wij zijn de zonen van Abraham, wij doen niets verkeerd, wij onderhouden de wet. De zondaars dat zijn altijd de anderen. De farizeeën doen weliswaar heel vroom, maar dat doen zij om bij de mensen op de vallen. Jezus vergelijkt hen met witgepleisterde graven, van buiten mooi maar rot van binnen. Zij liggen, om met de profeest Amos te spreken, zorgeloos uitgestrekt op ivoren bedden maar om Jozefs ondergang bekreunen zij zich niet. Zij stoten de melaatsen, de zondaars, de tollenaars en ook de armen uit de gemeenschap. Ze zien ze niet eens staan. Zo ook de rijke in deze parabel die de arme Lazarus totaal negeert.

Maar dan gaat Jezus verder met de parabel naar het leven over de dood heen. Jezus leert ons iets over het leven na de dood. Allereerst moeten we zeggen dat de rijke niet in de hel is omdat hij rijk was. Evenmin is Lazarus in de hemel omdat hij arm was. Hel en hemel zijn niet een afrekening of een compensatie voor hoe wij het hier in deze wereld gehad hebben, maar het heeft te maken wat wij gedaan of niet gedaan hebben.

De rijke is in de hel omdat hij weigerde te luisteren naar Mozes en de profeten, evenals zijn broers. Zijn onbarmhartige gedrag was het gevolg van zijn weigering om naar Mozes en de profeten te luisteren. Zijn egocentrische, genotzuchtige leven is een weerspiegeling en het gevolg van die weigering. Bij de profeet Amos gaan deze mensen als eerste de ballingschap in, zij worden als eerste verjaagd van hun eigen grond.

Lazarus is in de hemel omdat hij Mozes en de profeten geloofde. Omdat Lazarus hen geloofde maakte Lazarus God tot zijn helper op wie hij vertrouwde. De naam Lazarus betekent: God is mijn helper. Lazarus is niet in de hemel als compensatie voor wat hij op aarde heeft moeten ontberen, maar om zijn vertrouwen op God. In de hel zullen ook arme mensen zijn en in de hemel rijke. Zijn geloof in God is de oorzaak dat hij in de hemel is. Om zijn geloof wordt Lazarus in de zaligheid opgenomen. Hij is een kind van Abraham. Want Abraham geloofde God en dat werd hem als gerechtigheid aangerekend.

We moeten niet kinderlijk over de hel denken. De vlammen zullen niet letterlijk zijn, maar wel is er in de hel een brandend verlangen naar liefde en geborgenheid dat niet vervuld kan worden. Het is een absolute eenzaamheid en een totale wanhoop. In de hel heb je geen vrienden.
Er is ook een totale machteloosheid. Zelfs Abraham kan niets uitrichten. De kloof is onoverbrugbaar. Het water is vanzelfsprekend het symbool van verkwikking. En dat is er niet.

Voor de eerste keer komt bij de rijke een gevoel van zorg voor anderen naar boven en wel voor zijn broers: ‘dat zij niet in dezelfde plaats van pijniging terecht komen’. Dat voegt nog een extra kwelling toe. De grote kwelling van hen die overleden zijn is, dat zij de levenden niet kunnen waarschuwen. Je kunt het vergelijken met de tsunami toentertijd in Japan. Je ziet de vloedgolf aankomen, je ziet mensen de verkeerde kant op rijden, hun ondergang tegemoet en je kunt ze niet waarschuwen.

Dan kun je je afvragen: Als God werkelijk wil dat mensen niet naar de hel gaan, waarom staat Hij niet de uiterste waarschuwing toe, zodat iemand uit de hel kan worden weggehouden? Als we zo denken, dan hebben we de kern van Abrahams woorden gemist. Het verzoek van deze rijke man wordt niet geweigerd omdat God niet bereid is om iemand zoveel mogelijk kansen te geven; het wordt geweigerd omdat het nutteloos is, omdat het niet zal werken. Want zegt Abraham: als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze ook niet overtuigd worden als iemand uit de doden opstaan.
Spreekt Jezus hier niet over Zichzelf? Is Hij niet uit de dood opgestaan? Wordt er naar Hem wel geluisterd? Is dat niet, je zou haast zeggen de frustratie van Jezus, dat ze niet naar Hem luisteren die uit de dood is teruggekeerd? Wat wil Jezus nu met deze parabel zeggen?

De kern van deze parabel is een waarschuwing voor ons. Wij zijn die vijf broers, die nog hier in deze wereld zijn. Laten wij wel naar God luisteren, opdat wij niet als de rijke in de plaats van kwelling terecht komen. Hebben wij wel onze naaste lief met die liefde waarmee Jezus ons heeft liefgehad? Hoe is het met onze liefde en barmhartigheid? Zeggen wij zoals de farizeeën: ‘Eigen schuld dikke bult’, of zijn wij Christenen!

Maria is ons voorbeeld, zij heeft geluisterd en gehoorzaamd: Mij geschiede naar uw woord. Bij haar kunnen we allemaal thuiskomen. Zo roepen wij haar ook aan: Toevlucht van de zondaars. Zij is de ware dochter van Abraham en daarom ten hemel opgenomen. Zij is ons voorbeeld! Kunnen anderen bij ons thuiskomen? Maria zal ons zeggen: doet wat Hij u zeggen zal, luistert naar Hem. Zorg dat je het verbond dat Hij met jou in zijn bloed gesloten heeft, niet verbreekt door je zonden. Maria mogen we vragen voor ons te bidden: Heilige Maria, Moeder van God, bid voor ons: zondaars! Amen.